zaterdag 18 juli 2009

Mediteren

Doen wat mijn hart me ingeeft.
Niet wikken en wegen, niet plussen en minnen,
maar mijn weg laten bepalen door een visioen.

Mijn verstand maakt plaats voor het gevoel,
de afweging voor het ideaal.
Ikzelf maak plaats voor de ander.

Ik geef ruimte aan een ideaal,
leef niet langer vanuit mezelf,
maar vanuit het doel dat ik wil bereiken,
met alle consequenties die daarbij horen.

Meditatie is de kunst naar binnen te kijken en ons eigen wezen te ontdekken. Het leidt ons niet alleen naar hele nieuwe ervaringen, maar helpt ons ook om ons eigen leven te veranderen en te zuiveren. Door middel van meditatie krijgt ons leven een diepere betekenis.

Er zijn verschillende soorten van meditatie binnen diverse tradities. Meditatie is vooral bekend uit de Oosterse religieuze tradities, en met name uit het boeddhisme, waarin meditatie een essentiële methode is om de eigen geest te ontwikkelen. In het christendom is meditatie de beschouwing van een Bijbeltekst of een gebeurtenis uit het leven van Jezus. Sinds de Middeleeuwen wordt daarnaast als meditatie gezien de beschouwing van de natuur. In de 16e eeuw werd het doel van meditatie innerlijke organisatie, omgang met God, en toenemende dienstvaardigheid. Onder invloed van de Oosterse renaissance ontstond in de 20e eeuw hernieuwde belangstelling voor stilte, concentratie, en bewustzijnsverruiming.

Wat is mediteren?


We zoeken bij God te zijn zoals Christus tijdens zijn leven op aarde bij God, zijn vader, was. We denken daarbij niet zozeer aan God en spreken ook niet tot Hem. In de meditatie richten we onze aandacht op de klank van het gebedswoord of mantra en gaan daarbij voorbij aan onze gedachten, ook voorbij vrome heilige gedachten. Bij meditatie gaat dus het niet om het denken maar om het zijn. We proberen Gods mysterievolle en stille aanwezigheid in wat de apostel Matteüs noemt ´de binnenkamer´, een realiteit te laten worden; een realiteit die betekenis, vorm en doel geeft aan alles wat we zijn en doen. Het lijkt een utopie maar uit de ervaring van velen blijkt het geen utopie te zijn.
Volharding is belangrijk.

Is het een vorm van bidden?


Je kunt het inderdaad een manier van bidden noemen. Het is een manier van bidden die van de beoefenaar de volledige toewijding vraagt van lichaam, ziel en verstand. Omdat de meditatie aardig wat tijd neemt (2 x 20 tot 30 minuten per dag) en een regelmatige beoefening noodzakelijk is, vergt het bovendien de nodige discipline. Het leidt tot een levenswijze vanuit het diepste centrum van je zijn in elke situatie.

Meer dan in vrede met jezelf zijn

John Main schrijft in zijn boekje 'Van Woord naar Stilte'. ´Meditatie is het zeer eenvoudige proces dat ons voorbereidt om in de eerste plaats in vrede te zijn met onszelf, zodat wij in staat zijn de goddelijke vrede in ons naar waarde te schatten.´ We moeten overigens niet blijven staan bij die rust die het kan brengen. John Main is daar duidelijk over als hij schrijft: ´Talloze mensen voelen zich aangetrokken tot meditatie omdat zij er een middel in zien dat ontspanning en innerlijke rust kan brengen in het drukke moderne leven. Op zichzelf is dat niet verkeerd, maar een dergelijke visie is wel zeer beperkt. Immers, naarmate we meer ontspannen raken en langer mediteren, komen we steeds dieper tot het besef dat de bron van deze nieuw verworven rust in ons dagelijks leven juist Gods leven in ons is.´ Met weer andere woorden schrijft hij op pag 22: ´De allerbelangrijkste doelstelling van de christelijke meditatie is om Gods geheimenisvolle en stille aanwezigheid in ons toe te laten´.

De weg naar het ultieme weten dat Gods geest in je woont

´De moderne mens is in een staat van diepe verwarring doordat de complexiteit en de versplintering van zijn leven zijn persoonlijkheid lijken te vernietigen´. Met die versplintering doelt hij op een te rigide opsplitsing van ons leven in bijvoorbeeld school, werk, gezin, amusement en kerk waardoor we het gevoel van heelheid hebben verloren. Meditatie brengt ons terug naar die door ons gezochte heelheid. John Main zegt het aldus: ´Onze taak bij de meditatie bestaat erin dat we onze eenheid opnieuw herstellen en onze gespreide vermogens weer in hun juiste harmonieuze positie brengen, afgestemd op het centrum van ons leven.´ Hij haalt Paulus aan die aan de Korinthieërs schrijft: ´je weet het, je lichaam is een tempel van de Heilige Geest die in je woont, die je van God hebt ontvangen´. Welnu meditatie is aldus John Main de weg naar dit weten.

Christelijke meditatie

Christelijke meditatie is een mantra-meditatie die je in eenvoud en stilte doet. Het staat daarom open voor iedereen. De Benedictijn John Main zegt het zo: “Om te mediteren heb je een woord nodig. Ik raad je het woord maranatha aan. Dat betekent “Kom, Heer, kom”. Herhaal dit woord zacht in de stilte van je hart, in de diepten van je zijn. Blijf het herhalen, heel eenvoudig. Zeg het, spreek het uit in stilte, duidelijk, maar luister ernaar als naar een geluid.” Johannes Cassianus beveelt de korte tekst “O God, kom mij redden, O God, haast mij ter hulp’ aan. Ook is er het Jezusgebed met de tekst ‘Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij.”

Belangrijk is dat de korte bede die je kiest, past in wat je voelt en past om je dichterbij God te brengen. Een oosterse mantra in de katholieke kerk? Moet je daar niet sceptisch over zijn? Henri Nouwen was dat aanvankelijk ook: “Toen ik hoorde dat John Main een mantragebed aanbeval waarbij in stilte een zelfde woord of zin werd herhaald, was ik aanvankelijk nogal sceptisch. Ik vermoedde dat dit één van de vele wijzen was waarop men Oosterse gebedsvormen in het Westen tracht te introduceren en ik had aanvankelijk de indruk dat het weinig diepgang had.

Toen ik meer aandacht gaf aan het leven en werk van John Main, ging ik inzien dat deze Benedictijnse monnik in feite een zeer belangrijk aspect van het Christelijke gebedsleven had herontdekt. Het was een gebed van armoede, waarin de biddende mens ruimte maakt voor de scheppende Geest van God. Door de activiteit van het verstand terug te brengen tot de armoede van één enkele zin of zelfs van één woord, kan de fundamentele armoede gepraktiseerd worden, waarin de rijkdom van God zichtbaar wordt. John Main, die met deze vorm van meditatie in contact werd gebracht door een heilige man uit Azië, leerde van de monnik Johannes Cassianus uit de zesde eeuw, de waarde ervan kennen voor de christelijke mystiek. Sinds mijn eerste kennismaking met John Main in Trosly, heb ik veel geleerd. Het wordt mij steeds duidelijker dat Christelijke Meditatie, zoals John Main die aanbeveelt, voor veel mensen in onze geseculariseerde wereld een zeer vruchtbare weg is naar herontdekking van de werking van Gods Geest in de harten van moderne mensen en hun wereld. (uit: John Main osb, In de volheid van God, bidden in het spoor van Westerse en Oosterse tradities. Lannoo, 1989)

De waarde van de stilte:

Een stilte die geladen is met - denk ik - Gods aanwezigheid. Ooit zei iemand dat grote dingen bijna altijd groeien uit de stilte. We moeten opnieuw werken aan een cultuur van de stilte. Stilte daagt uit, stemt tot inkeer, brengt rust maar maakt soms ook wel eens ongerust omdat ons leven wel eens aan diepte mist. Een lege doos klinkt altijd hol. Een leven zonder diepte is hopeloos leeg.

Wij moeten daar aanwerken. We moeten niet bang zijn of ons onwennig voelen als we stilte inbrengen in onze liturgie. Zouden we het aandurven? We moeten ook in ons leven momenten van stilte inpassen om tot rust te komen en tot verdieping.

Er is nog veel meer te zeggen als we het hebben over wat meditatie kan brengen. De genoemde effecten op het lichaam en de geest kun je zien als een zeer belangrijke maar nog altijd eerste stap. Het uiteindelijk op den duur te bereiken effect van de meditatie ligt verder. Als we mediterend al onze gedachten, gevoelens, emoties en beelden achter laten, verandert het je hele persoon fundamenteel. We leven dan niet langer oppervlakkig maar komen binnen in ons ware zelf, ons diepere wezen, een dieper niveau van bewustzijn, dat constant in aanraking is met de Eeuwige God, de Schepper van het helaal. Alle grote religies en wijsheidstradities bemoedigen ons daarom op die weg. In het evangelie van Johannes vind je een daarop aansluitende tekst waar Christus het heeft over het leven ´in al zijn volheid´ (Johannes 10, 10).

Met dit alles zijn we nog niet bij het antwoord op de vraag wat meditatie christelijk zou kunnen maken. Het antwoord is niet anders dan dat ons geloof in Christus het mediteren christelijk maakt. Je kunt dat op de volgende manier zien. Het ervaren van de Eeuwige is dan tegelijk een nauw verbonden raken met Christus die zich tijdens zijn leven één wist met zijn Vader zoals hij de Eeuwige noemde. Christus wordt dan ook meer en meer de richtinggevende en inspirerende. Hij was immers in zijn denken en doen helemaal in lijn met de bedoeling van de Schepper. Bij dit alles is er de activerende Geest die Christus beloofde te sturen waardoor er een ervaring kan groeien van eenheid tussen de Eeuwige, Christus en onszelf. Hij zelf heeft dit erg krachtig gezegd (Johannes 14, 20)

Samenvattend: meditatie vind je terug in iedere cultuur, in iedere religie en in iedere periode van de geschiedenis. Ieder van ons behoort tot een bepaalde cultuur of religie binnen een periode van de geschiedenis en als men mediteert zal dat zijn binnen dat raamwerk. Blijf niet staan bij de eerste effecten van het mediteren maar probeer open te staan voor het diepere.

Beste lieve mensen,

De tijd waarin wij leven wordt gekenmerkt als een periode van crisis. Die crisis is in alle geledingen van onze samenleving waar te nemen.

Enerzijds is de breuk met het verleden meer en meer zichtbaar. Wij hoeven ons daarover niet verontrustend of bang voor te zijn. Want anderzijds zijn de signalen van een doorbraak hoorbaar.

[ Tevens leert de geschiedenis ons dat wanneer er nieuwe religieuze krachten opkomen binnen het kader van een sterk geïnstitutionaliseerde godsdienst er 2 wegen zichtbaar worden. Die wegen zijn:

- mensen verlaten hun godsdienst of hun kerk. Dat doet die mens om een bron te zoeken die zijn of haar dorst kan lessen, die in hun kerk niet meer te vinden is.

- of die mens zoekt naar een manier om een nieuwe spirituele inspiratie in zijn leven te integreren. ]

De periode waarin wij leven en zoals wij hier bijeen zijn, kenmerkt zich heel duidelijk als een op zoek zijn op de weg naar binnen. Een zoektocht, waaraan wij deel van maken, en die de kunst van de verwondering en de contemplatie in zich draagt. Een open staan voor de eerlijke eenvoud van de dingen, van personen of gebeurtenissen.

Als ik de signalen van anderen en van mijzelf goed versta, gaat het in die zoektocht om dat God niet meer opgesloten wordt in een spiritualiteit waar het goddelijke in hoofdzaak met de rede begrepen wordt, maar dan gaat het om een spiritualiteit die ruimte geeft aan de verwondering over een God die ons blijft verbazen.

Wanneer wij in de Joods-christelijke traditie spreken over de mens die geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God (Gen.1), plaatst deze traditie het menselijke op dát punt waar twee werelden elkaar raken. De wereld van boven en de wereld van beneden. Ofwel de wereld van de ratio en de wereld van ons hart. De wereld van het ego en de wereld van het zelf; de bron van ons bestaan. Gods Geest die zich openbaart in ieder mens die eerlijk en oprecht zoekt naar de zin van het leven.

Die opborrelende bron van helder water waar ieder mens zich in alle rust aan kan laven. Dat is een universeel gegeven.

Het is nu deze ervaring, vervuld te worden van de Geest, die ons tot een toenemende verwondering brengt tot een beter begrip van het transcendente vermogen van onszelf.

Door de ervaring van dit transcendente vermogen, de Liefde, komt er een proces op gang waarin wij meer en meer in dialoog treden met onszelf, met de Ander en met heel de schepping.

Het is deze verwondering over de Liefde, Gods kracht, die ons steeds dieper tot een harmonie met de mensen, de dingen en de natuur doet ervaren. Het vermogen tot echt leven en medeleven Zelfs tot een innerlijke en uiterlijk houding van een in vrede leven met hen die wij vroeger verafschuwden.

De functie van de meditatie en de discipline om twee maal daags in de juiste houding te mediteren geeft de mens het vermogen terug om aan de dingen hun echte, ware, grondslaggevende identiteit terug te geven. Langzaam leren we de materiële werkelijkheid te onderscheiden van de wezenlijke kern van ons zijn, de natuur en de dingen.

De grootste vrucht van de meditatie is de genade te mogen ontvangen, te ervaren, te zien van het een tot in verbinding brengen van datgene wat eindig is en datgene wat eeuwig, of zoals u wilt, wat oneindig is.

Volgens de vroeg Joods-Christelijke begrippen is dit de belangrijkste opdracht van de mens. In het tot in verbinding brengen door middel van de dialoog van het eindige en het oneindige onthult zich het “mysterie van het zijn”. Het is de Geest die de mens de glans van het verborgen licht onthult.

De wijze waarop de mens zich op een juiste manier inzet; de discipline van de dagelijkse meditatie, zoals ik net zei, het geloof in Gods genade bepalen of het verborgen licht zich aan de mens openbaart. Ik onderschrijf dit door mijn eigen ervaring.

Christianne Méroz, psychologe en moniale van de Communiteit van Grandchamp noemt deze dialoog in een van haar (boeken)geschriften “de mystiek van het dagelijkse”. Zij schrijft: “Als de dagelijkse mystiek deze dialoog is, die het goddelijke in de materiele werkelijkheid laat zien, dan deelt zij in de messiaanse taak.” Dat is iets waar wij niet zomaar overheen kunnen stappen.

Door niet alleen het licht in dialoog te brengen met de duisternis, maar nog meer ruimte te scheppen om God te zoeken en te vinden. In de diepte van het zelf of in het gelaat van de anderen. Het is namelijk in deze diepte van ons zelf waar het mysterieuze proces plaatsvindt die ons doet openbloeien voor het dagelijkse.

Een steeds groter wordende openheid, naar het mysterie van de ander en de Ander, de ontdekking van het goddelijke, dat zich in het meest gewone bevindt, noemt Christianne Méroz de mystiek van het dagelijkse.

Deze mystiek betrekt uiteindelijk heel ons wezen in een weg van weten. Een weten, zoals pater John Main het zegt: “een weten die in één beweging de geest met het hart samenbindt” en zich als een van de vruchten van de meditatie zich ontvouwt in een verwondering.

De verwondering

Mensen, die verlangen naar de ervaring van God en die zich bezorgd maken dat zij die tot nu toe niet hebben gevoeld, vragen zich vaak af hoe zij Hem kunnen ervaren. De ervaring van God hoeft niet iets sensationeels of buitengewoons te zijn. Er bestaat ongetwijfeld een ervaring van God die afwijkt van de ervaringen die wij gewend zijn. Zo bestaat er de diepe stilte waarvan pater John Main spreekt als over de vrede waarin God woont. Er zijn onverklaarbare glimpen van de eeuwigheid of het oneindige dat wij ervaren wanneer wij die het minst verwachten. Zoals midden in ons werk, in de file, tijdens ontspanning of tijdens een verblijf in de natuur.

Wij kennen vast wel het gevoel dat wij soms boven onszelf worden uitgetild. Momenten wanneer wij in aanraking komen met schoonheid……….. met vreugde………..met liefde.

En het vreemde is dat wij deze gevoelens vaak consumeren en zelden denken aan deze ervaringen als iets unieks. We merken ze nauwelijks op. We herkennen ze eigenlijk niet en gaan op onze weg voort, zoekend naar die grote ervaring van God. Het EGO speelt hier een dominante rol en verduistert maar al te vaak het zicht, dat ons leven kan veranderen.

Echter een van de grote lessen van de menswording is dat men God vindt in het alledaagse. Je wenst God te zien? Kijk naar het gezicht naast je. De Moslim die tijdens zijn gebed in zijn handen kijkt. Wordt het gevoel van rust je in jouw lichaam bewust. Voel hoe zijn almachtige kracht in je werkt en hoe Hij je nabij is. Verwonder je je daarover. Verwonder je je dat jij opengaat als een bloem, die zich ontvouwt in al zijn eigenheid.

Verwonder je je over de, ik zou haast zeggen, de alledaagse groei tot een smakelijke eenvoudige vrucht, zoals b.v. een kers. Door tot groei te komen gehoorzaamt de kers aan zijn bestemming.

In het bewustzijn van de verwondering is van alles wat leeft is toch de mens het meest in staat zich te ontvouwen. Bijna tot in het oneindige. En sinds de duizenden en duizenden jaren dat hij bestaat, heeft hij zijn grenzen nog niet bereikt. Die mens kan niet anders dan opengaan voor zichzelf en voor anderen en alleen zo verdiept hij zijn of haar leven. Maar zoals een vrucht door een te weinig aan sappen en te veel aan licht wegkwijnt, houdt de mens ook met het leven in de kern van zijn bestaan, houdt hij op met het leven als hij zich verscholen houdt. In zijn cocon blijft zitten.

Ik denk dat je kunt stellen dat als de verwondering het teken is van het opengaan van de knop tot kersenbloesem en tot vrucht, zij het hart vormt van het leven.

De dagelijkse meditatie draagt er toe bij open te staan voor de verwondering. Bevordert zij op haar beurt de dialoog met alles wat rond om ons heen is. Verwondert u zich er niet over, dat u geroepen bent, zoals ik in het begin stelde. ”Dat u en ik de bron van uw en mijn bestaan zoeken om uw en mijn dorst naar de eeuwige liefde te lessen? Brengt die verwondering ons niet tot een grote vreugde dat zij de schoonheid van het bestaan in zijn geheel zich aan ons openbaart? Zij leidt ons zelfs tot een kennis die niet tot een weten bestaat maar die allereerst uit de ervaring bestaat.

En het is juist die ervaring, dé ontmoeting, en tegelijkertijd de deelname aan het Rijk Gods, dat in ons midden is, in ieder van ons is. De verwondering draagt ons en maakt ons vertrouwd met het wezenlijke, opdat de bron van het leven zich in het dagelijkse aan ons ontvouwt.

De ervaring van Zijn aanwezigheid in alle dingen, de natuur en de mens transformeert ons in een grote vreugde en een Liefde tot God en onze medemens.

Als de verwondering het teken is van een opengaan dan vormt zij het hart van het alledaagse leven. De verwondering van alles wat om ons heen is, geloof ik, de weg naar de diepere kennis.

Wanneer wij het leven in relatie met de Bron van ons leven ervaren, brengen wij de wereld bij God, hebben wij de wereld lief. En die ontmoeting tussen de Schepper en U en ik, kan niet buiten het dagelijkse leven plaatsvinden. Wanneer wij die ervaring gewaar worden, weten wij dat dit een heilig moment is. We geheeld zijn en een moment boven onszelf zijn uitstijgen.

De dagelijkse ontmoeting in nederigheid en armoede, die plaats vindt in de mantrameditatie, speelt op mysterieuze wijze hier een cruciale rol in.

We weten dat de mantrameditatie een gebedstechniek is, net zoals andere vormen van meditatie. Maar de armoede van alleen te zitten in stilte en het zeggen van de mantra is allereerst is een act van geloof.

De mantrameditatie is geen esoterische doctrine of een methode. Zij is een vorm van gebed dat de verstandelijke activiteiten te boven gaat. Maak je je eens bewust en verwonderen je over het feit dat je geroepen bent en dat jij aan die oproep gehoor geeft en er ook invulling aan geeft. Verwonder je je erover dat het je brengt tot een ontmoeting met het Koninkrijk Gods.

.

Twee keer per dag een half uur afgezonderd en in de stilte voor Hem gaan zitten, onze concentratie volledig op de mantra gericht, zich overgevend aan het mysterie van het Leven, dat ons is gegeven om niet. Wees je je ook bewust van het feit dat de mantrameditatie geen een doel op zich is. Zij brengt ons in alle eenvoud tot de kiem van de christelijke ervaring van het gebed. Van de Geest die in ons bidt en zich in de wereld openbaart. Die ons Zijn Schoonheid openbaart. Wanneer de mantra in ons is geworteld, worden we naar het punt van de eenheid geleid waar de oneindige liefde te zien, te aanvaarden en te ontvangen is.

De dagelijkse meditatie doet ons de ervaring van de verwondering meer en meer tot haar recht komen. Anderzijds brengt de verwondering over de dingen, de mensen en de natuur ons voor zijn Aangezicht. Maranatha, Maranatha, Maranatha.

Christelijke Meditatie: Is het Christelijk om te Mediteren?


Christelijke meditatie heeft zijn wortels in de Bijbel. Sterker nog, de Bijbel gebiedt ons om te mediteren. In Jozua 1:8 zegt God dat we Zijn Woord dag en nacht moeten overpeinzen zodat we het zullen gehoorzamen. De psalmist zegt dat hij "niet meegaat met wie kwaad doen, de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit, maar vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht" (Psalm 1:2). De Bijbel noemt mediteren (overpeinzen/overdenken) feitelijk 20 keer.

In het Oude Testament waren er twee primaire Hebreeuwse woorden voor meditatie: Haga, wat uiten, zuchten, mediteren of overpeinzen betekent; en Sihach, wat overdenken, in je geest oefenen of mediteren betekent. Deze woorden kunnen ook vertaald worden als bezorgd nadenken, ijverig overwegen of aandacht schenken.


Christelijke Meditatie: Een Geschiedenis. Eén vorm van Christelijke meditatie, die op zijn minst al sinds de vierde eeuw na Christus wordt gebruikt, is de lectio divina. Deze werd traditioneel in religieuze kloosterorden gebruikt en kent tegenwoordig een opleving. Lectio divina betekent "geheiligd lezen" en kent vier fasen:
lectio (lezen), meditatio (beredenerende meditatie), oratio (effectief bidden), en contemplatio (bezinning). In de lectio (lezen) fase kies je een passage en leest deze zorgvuldig. De volgende fase, meditatio (beredenerende meditatie), is de fase waarin de tekst wordt overpeinsd. In de oratio (effectief bidden) fase, praat je met God over wat je gelezen hebt en vraagt Hem om de waarheid ervan te onthullen. In de laatste, contemplatio (bezinning) fase, rust je eenvoudigweg uit in de aanwezigheid van God.


Tegenwoordig wordt meditatie in het algemeen gezien als een praktijk van de New Age beweging. Dit komt vooral voort uit de associatie van de beweging met Transcendentale Meditatie. Transcendentale Meditatie (TM) werd ontwikkeld door de Maharishi Mahesh Yogi van de Hindoeïstische religie en heeft zijn wortels in de Hindoeïstische filosofie. Het woord "yogi" in de naam van de oprichter geeft zijn status in het Hindoeïsme aan. Rechtbanken in de Verenigde Staten hebben beslist dat TM geen seculiere discipline is, maar dat het feitelijk gaat om de Hindoeïstische religie (U.S. District Court, Newark, NJ, op 29 Oktober, 1977, en de U.S. Court of Appeals, Philadelphia, PA, 2 Februari, 1979).

Christelijke Meditatie: Wat Zeggen de Christelijke Leiders? Eén van de belangrijke dingen die de Bijbel ons vertelt is dat we over God's Woord moeten nadenken. onze gedachten bepalen ons gedrag en het is daarom erg belangrijk wat we denken. Daarom wil God dat we Zijn Woord overpeinzen: er over mediteren. Jim Downing zegt in zijn boek Meditation (oftewel Meditatie, NavPress) dat God meditatie als een "cruciale oefening voor het verstand van Zijn kinderen" beschouwt.


Geen enkele andere gewoonte kan je leven meer transformeren en je meer als Jezus maken dan het dagelijkse overdenken van de Schrift... Als je alle plaatsen in de Bijbel opzoekt waar God het over meditatie heeft, dan zul je versteld staan van de voordelen die Hij belooft aan de mensen die de moeite nemen om door de dag heen over Zijn Woord na te denken".


In Satisfy Your Soul (oftewel Bevredig Je Ziel, NavPress) schrijft Dr. Bruce Demarest: "Een bedaard hart is onze beste voorbereiding voor al dit werk van God... Meditatie geeft ons de gelegenheid om het zwaartepunt weer van onszelf en van de wereld af te bewegen zodat we God's Woord, Zijn karakter, Zijn vermogens en Zijn daden kunnen overpeinzen... Zodat we de woorden van de Schrift in gebed kunnen overdenken, overwegen en 'herkauwen'... Het doel is eenvoudigweg om de Heilige Geest toe te staan om het Woord van God, dat leven geeft, te activeren."


Christelijke Meditatie: Hoe Kunnen We Dat Doen? Er zijn drie dagelijkse momenten waarop we onze gedachten actief in Christelijke Meditatie aan God's Woord kunnen overgeven. Juist voordat we gaan slapen kunnen we er voor zorgen dat God's Woord het laatste is wat ons verstand bezighoudt. Wanneer we wakker worden kunnen we er voor zorgen dat God's Woord het eerste is wat onze gedachten vult, voordat we aan onze dag beginnen. Tenslotte hebben we allemaal een specifiek moment op de dag nodig waarin we ons in God's Woord begeven, zodat dit gedurende de dag tot ons kan spreken.

Waar zouden ons in onze Christelijke meditatie aan moeten denken? "Aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient" (Filippenzen 4:8).

Meditatie :: "Over de totaliteit van de Liefde"


"Gij zult Uw God beminnen uit heel Uw hart, met heel Uw ziel en met al Uw krachten" (Lukas 10/27)


De Liefde is het beste van alle dingen. Al het andere is er eigenlijk alleen maar om haar. De Liefde is het doel van alle dingen, al het andere is alleen maar middel. De Liefde heeft geen doel, maar is doel.

De Liefde is het beste, niet om de vruchten die zij zou kunnen afwerpen, niet om de resultaten, die zij zou kunnen bereiken, maar om haar zelf. De Liefde is de eigenlijke doorbraak van alle natuurgebonden strevingen, die ergens op gericht zijn; de natuurlijke streving gaat helemaal op in het bereiken van het begeerde, terwijl de liefde door het beminnen groeit, en altijd doorgroeit, zonder ophouden.

Ze vindt haar beloning in zich zelf, niet in iets buiten haar, niet in hetgeen ze verkrijgt. Ze is heel rijk aan gaven, en alles wat goed is en echt, kan eigenlijk alleen maar uit de liefde voortkomen.

Zij is het, die ons de dingen en het leven en de anderen met het juiste oog leert zien, zij geeft kracht en vurigheid, haar gaven zijn ontelbaar, er komt nooit een einde aan. Maar haar grootheid ligt niet in die gaven, die ze zo kwistig geeft, maar in haar zelf.


Sint Bernardus zegt het in zijn commentaar op het Hooglied 83/4 als volgt: "De Liefde is zich zelf genoeg. Zij behaagt uit en ter wille van zichzelf. Zij is haar eigen verdienste en beloning. Zij zoekt geen beweegreden of vrucht buiten zich zelf. Zij is haar eigen vrucht, haar eigen vreugde. Ik bemin, omdat ik bemin. Ik bemin, opdat ik moge beminnen".

De echte Liefde is stoutmoedig en deemoedig tegelijk. Alleen de liefde is moedig genoeg om echt deemoedig te zijn. Het Griekse denken heeft de deemoed nooit .. . ontdekt, omdat het de echte liefde nooit heeft gevonden. Zelfs Platoon, die het mysterie van de liefde van heel dichtbij heeft benaderd, zag de liefde toch uiteindelijk als een middel tot zelfontplooiing. De oude mens vreesde, dat de liefde door zich neer te buigen en klein te maken als diegene, waar die liefde naar uitging, haar adel verloor.

De echte liefde daarentegen is er zeker van, dat ze juist in de deemoed, in de neerbuiging, de ontluistering omwille van de ander, in het verlies van grootheid in eigen ogen, het hoogste wint, en dan pas zich echt ontplooit in alle vrijheid en een eindeloos leven wordt, dat van eeuwigheidsgehalte is.

De Liefde is het beste van alle dingen, en het eigenlijke leven, omdat zij in wezen de doorstroming betekent van de Hemel op aarde, de meest eigenlijke communicatie tussen de hemelingen en de mensen op aarde, ze maakt onmiddellijk contact met het onzichtbare, het ongeziene en doorbreekt de benauwende horizon van het zintuiglijke.

De mens heeft heel duidelijk het gevoel, dat hij voor iets hogers bestemd is, hij kan het niet altijd onder woorden brengen, maar hij weet het en hij zoekt er naar. Zelfs in zijn zonde zoekt hij naar deze doorbraak, dit uitbreken uit de grenzen, die tijd en ruimte hem stellen. Zo gauw de liefde, de echte liefde in hem ontwaakt, meent hij altijd die doorbraak naar de eigenlijke zin van zijn leven gevonden te hebben, al is het maar in een flits. Francois Mauriac laat dit in zijn roman " Adderkluwen" als volgt oplichten:

"In die dagen verkeerde ik in een zodanige geestestoestand, dat ik het hoogst poëtisch vond. Hoe kan ik je doen begrijpen, wat je in mij had wakker geroepen? Ik had plotseling de gewaarwording gekregen, dat ik niet langer een voorwerp van weerzin was, ik wekte geen tegenzin meer op, geen aflceer... Af en toe keekje tersluiks naar mij en zodoende blijft de herinnering aan die momenten verbonden met de wonderlijke ontdekking, die ik toen deed: dat ik in staat was, bij iemand belangstelling te wekken, iemand te behagen, te ontroeren.

De liefde die ikzelf voelde, ging op in de liefde, die ik wekte, die ik meende te wekken. Mijn eigen gevoelens hadden geen werkelijkheid; mijn geloof in jouw liefde voor mij was het enige dat telde. Ik spiegelde mijzelf in een ander wezen en mijn weerspiegelde beeltenis had niets afstotends. Ik voelde een zalige ontspanning; ik ontplooide mij. Nog herinner ik mij dat ontdooien van mij hele wezen onder de blik van jouw ogen, die opschietende ontroeringen, als werden er bronnen bevrijd. De meest alledaagse betuigingen van genegenheid, het drukken van een hand, een bloem in een boek bewaard - alles was nieuw voor mij en bracht mij in verrukking.


Ik was een ander mens geworden, dat zegt genoeg.... Jij wist een ongerept deel van mijn wezen te raken....klaterend stroomde het water; ik frommelde tussen mijn vingers venkelbladeren fijn; aan de voet van de bergen verdichtte zich de duisternis, maar op de toppen bleven nog stukken licht... Plotseling kreeg ik een doordringende gewaarwording, een bijna lichamelijke zekerheid, dat er een andere wereld bestond, een werkelijkheid, waarvan wij slechts de afschaduwing kennen... Het was maar een ogenblik - een ogenblik, dat zich, in de loop van mijn trieste leven, niet dan met grote tussenpozen herhaalde".

Deze doorstroming van de hemel naar de aarde en van de aarde naar de hemel is niet in woorden te zeggen, is onzegbaar, is zuiver mysterie, en toch het meest eigenlijke leven van de mens. Zelfs deze doorstroming in hem zelf is niet door de mens met zijn verstand te achterhalen of te analyseren, hij kan het alleen maar ondergaan, er zich over verwonderen, er in opgaan.

Gaat hij er met zijn verstand tegenover staan, onderzoekend, dan kan hij er alleen maar in geloven. In een brokstuk van een gesprek uit de "Vernederden en Vertrapten" van Dostojewski komt dit heel duidelijk naar voren, een gesprek tussen twee vrouwen, die allebei houden van dezelfde man.


De een stelt aan de andere de vraag, waarom zij van die jongen is gaan houden. De ander antwoordt: "Maar dat kan ik niet uitleggen; het is heel moeilijk te zeggen, waarom en hoe je van iemand kunt gaan houden. . . . ". Zij is misschien wel van hem gaan houden, ja, hoe zal ik dat zeggen... uit medelijden of zoiets! Een edelmoedig hart als het hare kan liefhebben uit medelijden.... Overigens, ik voel, dat ik U niets kan uitleggen, maar in plaats daarvan zou ik U de vraag willen stellen: houdt u van hem?..... God, dat weet ik nog niet, antwoordde zij zacht, terwijl ze mij met een stralende blik in de ogen keek - maar ik gelóóf, dat ik heel veel van hem houd...."


De Liefde, het eigenlijke mysterie van de mens en van God... Dichters en mystici putten zich uit om het mysterie, dit ontzaglijk mysterie uit te zeggen, steeds doelend op de eigenlijke liefde, niet op een of andere afschaduwing ervan. Hadewijch zegt het in haar zevende brief als volgt: "Ik groet je, mijn vriendin, met de Liefde die God is, en met de liefde, die ik zelf ben, en die toch God is. En ik prijs je voorzover jij die liefde bent, en ik laak je voorzoverje die liefde niet bent... De Liefde is het enige, dat ons kan voldoen, en niets anders. O dierbare ziel, laat niet na onze liefde te ontwikkelen door steeds nieuwe daden en laat haarin alle vrijheid handelen, ook al zouden wij er geen enkele voldoening van hebben. De liefde is zich zelf voldoende.


Zij beloont altijd, ook al schijnt het vaak lang te duren. Hij die haar alles geeft, bezit alles, zowel in de vreugde als in de smart". Als we hier over liefde spreken, dan bedoelen we de liefde ut sic, en niet een of andere afschaduwing van de liefde.

De schilder Toulouse Lautrec zei eens: "Een van de redenen waarom gesprekken over liefde tijdverspilling zijn is, dat het woord liefde wel honderd betekenissen heeft en je nooit weet over welke betekenis ze het hebben. Je houdt van God en je houdt van fluweel. Je houdt van je Moeder en je houdt van je hond. Je houdt van Rembrandt en je houdt van zonnebaden". Bij de een overheerst er een zoet gevoel, bij een ander is het iets benevelends van de zinnen, bij weer een ander is liefde het prikkelende van de drift.


Natuurlijk zijn deze laatste opvattingen nogal troebel. Hoe verder men van het eigenlijke afgaat, hoe vager het wordt, en hoe minder er van de eigenlijke liefde overblijft. Dat de Liefde overal in doorwerkt en overal, waar ze doorwerkt, iets van haar wezen, een herkenningsteken, een stempel, achterlaat, is heel vanzelfsprekend. Maar wanneer men van het teken niet doorgaat naar het eigenlijke, waarheen het teken verwijst, is het teken waardeloos, en geen herkenningsteken meer.

Wat wij hier met het woord Liefde bedoelen is de Liefde die God, en die de mens, door de wekkracht van de goddelijke Liefde, de heilige Geest, kan zijn.


Er is een tijd geweest, dat men meende, in navolging van de grote heiligen en woestijnvaders, zware boeteplegingen te moeten doen, dat men moest leven op water en brood, dat men zich moest geselen en kettingen dragen, dat men moest zoeken naar zich laten vernederen, om zo vooruit te komen op de trappen van de heiligheid.

Men had niet in de gaten, dat de grote heiligen daartoe op een bijzondere wijze werden gedreven door de heilige Geest. Men had niet in de gaten, dat iedere ziel haar eigen roeping en haar eigen weg naar God, en haar eigen zending voor de wereld volgde, en dat men zo maar niet de middelen, die de ene ziel gebruikte om heilig te worden, kon toepassen voor een andere, men had niet in de gaten, dat het streven naar volmaaktheid ook uit hoogmoed kon voortkomen, dat men naar volmaaktheid kon streven om volmaakt te worden in eigen ogen, en dat men zo, door zijn hoogmoed te voeden en te bevredigen, in plaats van die te breken verder van de volmaaktheid afraakte dan ooit.

Men meende de H. Paulus te moeten navolgen, die zijn lichaam kastijdde om het in bedwang te houden, opdat hij niet, na aan anderen gepredikt te hebben, zelf verloren zou gaan. Dat was enigszins, ook hierom, een trieste tijd, waarin de vreugde van de blijde Boodschap verschraalde tot een wedijver om zoveel verstervingen te doen.

De H. Theresia van het Kindje .lezus is voor onze tijd juist hierom zo groot en belangrijk, omdat zij vanaf haar jeugd deze mentaliteit meemaakte en in praktijk bracht, maar op een gegeven ogenblik, geleid door de heilige Geest, deze mentaliteit doorbrak en een nieuwe weg vond, die niets anders was dan de leer van Jezus zelf, de leer van het Evangelie. Ze noemde die de kleine weg. Alleen wist ze nog niet, zeker niet in het begin, dat het dé weg was, de weg bij uitstek, de enige weg, waarlangs alle zielen, al was het op een persoonlijke wijze, God en de volheid van God konden bereiken.



Zij ontdekte, dat het niet ging om zich zelf volmaakter te maken, al zou dat altijd wel het begin van de weg een beetje blijven. Wil men zich op weg begeven, dan moet men altijd wel een hoop werk verzetten met opruimen, met het weghalen van puin. Maar dan begint het pas.

Ze ontdekte, dat de overgave aan de Vader in Jezus, de overgave was als van een kind, die de eigenlijke volmaaktheid op gang bracht. Want door die overgave kregen de Vader en de Zoon door Hun Beider Liefdegeest de kans om te gaan werken in de ziel en ze mee te voeren naar de zuivere, lichtdoorstraalde lucht van de goddelijke Liefde.

Die overgave betekende voor haar een overgave in al de kleine en grote dingen van haar leven, overgave bij het zien van haar eigen kleinheid, als ze zich gekwetst voelde, als haar natuur reageerde op de plagerijen of de kwellende speldenprikken van haar medezusters, overgave, als ze zich in de dorheid van haar geestelijk leven vereenzaamd en verlaten voelde, overgave in de moeilijkheden met haar oversten, overgave in het feit, dat ze nooit voor volwaardig werd gehouden, nooit voor vol werd aangezien, niet au sérieux werd genomen. Deze overgave was voor haar een omsluitend geheel van geloof, vertrouwen en liefde, want deze drie zijn de stralen van het hart, waarin de mens zich overgeeft, en het Hart van de Vader en het Hart van de Zoon onmiddellijk bereikt.

Deze overgave is de beslissende overwinning. Alleen deze overgave telt, al het andere doet er niets toe. En als de Geest van God mij er toe drijft om zware boete te doen, dan zal ik er ook dat bij nemen, niet omdat dat het alleenzaligmakende zou zijn, maar gewoon, omdat de Geliefde het vraagt; omdat de Liefde mij alles mag vragen, en alles met mij mag doen. Dit gaat zover, dat de ziel zich ook, en dan juist vooral, overgeeft, als ze voor zichzelf de indruk heeft, dat ze zich niet kan overgeven.

Dat is de overgave in de onmacht: als je alles uit handen is geslagen, als je geen macht meer hebt om welk initiatief dan ook te nemen in je liefde voor God of voor de anderen, als je je daardoor totaal arm en ellendig voelt en nietswaardig, als je op geen enkele wijze nog op je zelf kunt steunen, dan is de overgave daarin de laatste en beslissende overwinning, die niet alleen je zelf voorgoed verankert in het Hart van de verlossende en de heilbrengende God, maar ook de wereld verovert voor de Goddelijke Liefde.

Hier ligt het kernpunt van het offer, tevens het hoogtepunt, het echte kruis, de ware kruisiging van de mens, waardoor hij het snijpunt wordt van de goddelijke en menselijke wegen, en een onuitputtelijke bron van heil voor allen.


Dan hoeft men niet naar vernedering te zoeken, want dat is de totale vernedering van de mens in eigen ogen, vernedering, die waarheid, omdat de mens uit zich zelf tot geen enkel initiatief in staat is in de goddelijke, en dus eigenlijke liefde. Dan hoeft men niet te zoeken naar versterving, maar is het leven een voortdurend afsterven aan zich zelf door de overgave, wat de enige ware versterving is. In die smeltkroes wordt alles, wat het leven met zich meebrengt, verbrand en verteerd als offer voor de Geliefde, als offer voor allen. Men raakt zich zelf kwijt en gaat zich verliezen in de oneindige rijkdom en schoonheid van God.

Men zal zijn onmacht gaan liefliebben, omdat het de goddelijke Liefde vrij spel geeft. Die overgave aan zijn eigen onmacht is de poort van de hemel, de enge weg, waarlangs we ingaan in rust en de vreugde van de eeuwige zaligheid, nu reeds hier op aarde, maar voorgoed en ten volle in het Hemelse Vaderland.

Deze overgave in de onmacht is het binnengaan in de woestijn om daar het Hart van God te horen kloppen en dat is men als een kind, dat niets heeft uit zich zelf en totaal afhankelijk is van de ander, al heeft men die afhankelijkheid vrij gekozen, en heeft men in vrije overgave de totale armoede aanvaard als fundamentele werkelijkheid van het menselijk wezen.

Dan is men naakt en vrij om lief te hebben, in de ware vrije liefde, en vrij om helemaal van God te zijn en van de anderen.


Dat is het Liefderijk in één ziel. En het is dit Liefderijk in de afzonderlijke ziel, van waaruit de heilige Geest zich uitstort zo overvloedig, dat heel deze wereld wordt hersteld in haar oorspronkelijke beweging naar God en heel het mensdom wordt meegesleurd in die liefdesvervoering, waarin God alles is. Is het wonder, dat God zich altijd neerbuigt, met een tedere barmhartigheid, over de kleinen en deemoedigen, maar dat Hij de trotsen telkens weer beschaamt, totdat ze tot inkeer komen, en zeggen met hun hart tegen hun God, dat ze niets zijn, en dat ze vanuit dat niets-zijn zich richten naar God om ontferming....?



Het eigenlijke offer is de overgave. Offer is overgave en overgave is offer. Het een is niet zonder het ander. Een offer zonder overgave, dat is wat God bedoelt, als Hij zegt: ze offeren Mij, maar hun hart is ver van Mij. Dat is het wat Jezus bedoelt, als Hij zegt: leert van Mij, wat het zeggen wil, Ik wil geen offer, maar barmhartigheid. Jezus zegt: neem Uw kruis op, maar Hij voegt eraan toe: en volg Mij. In het echte offer geeft de mens zich over, levert de mens zich uit, en de hoogste uitlevering is de uitlevering in de onmacht....


Is het niet erg, als men liefheeft, en men niets kan geven, als men niets te geven heeft? En toch, dat is dat allerlaatste punt, waaruit de verlossing van het mensenhart stralend te voorschijn treedt: Heer, ik heb U zo lief, maar ik ben onmachtig om me te geven; ik heb niets en ik ben niets, en er is geen enkel steunpunt om me te geven, en toch in deze onmacht geef ik mij aan U, en dan zult U mijn almacht zijn.

Dan, in die overgave, nemen we alles van Hem over, verenigen we onze onmacht met Zijn almacht, en hanteren de hefboom van het Liefderijk, en komen bij de Vader met het niets van ons zelf en met het Alles van Zijn Zoon, en dragen Hem dat op, vertrouwen Hem dat toe, leveren dat aan Hem uit, offeren onze armoede en kleinheid en onze Geliefde, Jezus, aan de Vader, en geeft de Vader Zijn eeuwige Zoon aan de mensheid en stort Zijn Geest uit over alle vlees, en werken we mee aan de wording van het Liefderijk, nu, op onze aarde...."

Geen opmerkingen: