dinsdag 28 juli 2009
zaterdag 18 juli 2009
Jezus als Lam Gods
Jezus wordt in het evangelie van vandaag door Johannes de Doper ‘Lam Gods’ genoemd. In iedere eucharistie benoemen wij Jezus als ’Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt’. Het woord ‘wereld’ betekent hier: de gewelddadige machtsontplooiing die het koninkrijk van God tegenhoudt. Het is typisch voor de evangelist Johannes om het woord ‘wereld’ dikwijls in die zin te gebruiken. Johannes loopt niet erg op met ‘de wereld’. Wat in de wereld gebeurt, is inderdaad dikwijls tegengesteld aan het koninkrijk Gods van Jezus. Dat is, in onze wereld vandaag, niet anders.
‘Zie het Lam Gods.’ Het is bij uitstek een bijbelse naam. In het Oude Testament is er het lammetje van de arme, dat opgroeit tussen zijn kinderen. Het eet van zijn bord, het drinkt uit zijn beker, het slaapt in zijn schoot( 2 Samuël 12,3). De profeet Jeremia wenst, ons mensen, de argeloosheid toe van het lam(Jeremia 11,19). En als Jesaja het heeft over volstrekte vrede, laat hij de wolf en het lam samen wonen (Jesaja 11,6). In de joodse traditie is ‘de dienaar Gods’, de profeet, als een lam zonder macht en aanzien: ‘Hij wordt mishandeld, maar ondergaat het gedwee, zonder protest als een lam dat ter slachting geleid wordt’ (Jesaja 53,7). Lam Gods verwijst ook naar het slachten van het paaslam: het grootste joodse ceremonieel, als gedachtenis aan de uittocht uit Egypte. Toen moest iedere familie een lam slachten. Met het bloed van het lam moesten ze de deurposten merken, dan zou de engel van de dood voorbijgaan.
Zo is Jezus het geslachte paaslam, het teken bij uitstek om weg te trekken uit het kwaad en een nieuw leven te beginnen.
Het lam is symbool van zachtheid, onschuld, weerloosheid en volstrekte geweldloosheid. Dat heeft niets te maken met lam-lendigheid (!). Wie achter de leuze staat: ’de zachte krachten zullen het winnen’, weet hoeveel moed dit kost. De beste momenten van het verzet van geweldloze bewegingen zoals Greenpeace, betogers tegen atoombewapening, de monniken van Myanmar, zijn de manier waarop deze betogers, die met geweld worden weggevoerd, reageren. Zwijgend laten ze zich ,soms zeer hardhandig, oppakken. Dit zwijgen is soms veel krachtiger dan welk geweld ook. Het gaat om ‘geweldloze weerbaarheid’.
Zo keek Jezus, niet bibberend van paniek en angst, Pilatus zwijgend in de ogen, nadat Hij hem vrijmoedig en krachtdadig van antwoord had gediend. Zo heeft iemand als Ghandi massa’s Indiërs kunnen overtuigen, door zijn geweldloos optreden, ongehoorzaam te zijn aan de onrechtvaardige Engelse wetten. Ook Maarten Luther King en Nelson Mandela, na twintig jaar gevangenis (!) hebben, zonder geweld, mensen in beweging gebracht voor hun ideaal. Ze hebben de keten van geweld, dat nieuw geweld oproept, doorbroken.
Dat is wat juist niet gebeurt in Gaza, Irak, Pakistan, Afghanistan en op zovele plaatsen in onze wereld, waar men door geweld onmeedogend over-weldigd wordt! Het gaat er telkens om ‘oog om oog, tand om tand!’ Zo geraakt men nooit uit de fatale kringloop van het kwaad, uit het moorddadig wreed geweld van racisme en terrorisme. Deze akelige triomf van geweld is een pure verschrikking en maakt wereldwijd ontelbare onschuldige slachtoffers.
Geweld is niet alleen wapengekletter. Er is ook heel veel verbaal geweld. Woorden kunnen iemand zwartmaken, kleineren of helemaal platslaan. Het gebeurt in relaties, gezinnen, scholen, verenigingen, buurtschap en in de politiek. Iemand die een kwarteeuw meedraaide in de politiek schreef onlangs een scherp artikel over de bikkelharde ‘spinning’ in de politiek. Het achterbakse gedoe van kwaadsprekerij, geroddel, liegen, kwetsen, verdachtmaking, wantrouwen, om de tegenstrever te bezwadderen, te verzwakken of kapot te maken.
Het doet denken aan de fameuze zin: ’Homo homini lupus’( De mens is een wolf voor de ander.), maar ook aan een ander verhaal, over een lammetje en een wolf die samen aan de bergrivier drinken. De wolf ziet plots het lammetje hogerop en stapt er boos op af, roepend: ‘Waarom maak je mijn water vuil?’ Het lammetje zag de ogen en de bek van de wolf. Het liet echter niet zien hoe bang het was. ‘Ik zal zorgen dat het water voortaan schoon blijft,’ zei het tegen de wolf. Maar die liet zijn tanden zien en zei: ’Zes maanden geleden vloekte je vader tegen mij. Je bent even slecht als je vader!’ Zonder trilling in zijn stem zei het lammetje: ’Mijn vader leerde mij respect te tonen voor de wolf, want hij is sterk en beschermt ons die zwak zijn.’ Maar de wolf ging luidkeels te keer en riep: ’Je hebt mijn weiden en akkers kaal gevreten!’ ‘Ik heb alleen het onkruid weggegeten, zodat uw gras beter kan groeien', antwoordde het lammetje. De wolf dreigde nog eenmaal: ’Maak dat je wegkomt’, gromde hij. Het lammetje liep vlug naar zijn moeder. ‘Goed gedaan’, zei ze, ‘jij hebt de wolf een beetje minder wolf gemaakt.’
Geweldloze weerbaarheid maakt de mens anders: minder wolf. Wie Jezus volgt als Lam Gods, maakt de wereld anders. Hij/zij sticht in zijn/haar wereld het Rijk Gods van gerechtigheid, vrede en liefde, de wereld van ‘de zachte krachten’ die het uiteindelijk winnen. In die zin kunnen we bidden:
‘Algoede God…wek mijn zachtheid weer. Geef mij weer de ogen van een kind: dat ik zuiver zie en mij toevertrouw en het licht bemin en vrede ben.’
liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing
Vrucht Van De Geest - Zichtbare Groei in Jezus Christus
"Vrucht van de Geest" is een bijbelse term die de negen zichtbare eigenschappen van een waar Christelijk leven samenvat. Als we de Nieuwe Bijbel Vertaling gebruiken van Galaten 5:22-23, dan zijn deze eigenschappen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. We leren uit de Schriftteksten dat deze niet individuele "vruchten" zijn waaruit we vrijuit kunnen kiezen. In plaats daarvan is de vrucht van de Geest een negenvoudige "vrucht" die iedereen karakteriseert die oprecht door de Heilige Geest wordt geleid. Tezamen zijn deze vruchten wat door alle Christenen in hun nieuwe levens met Jezus Christus zou moeten worden voortgebracht.
Vrucht Van De Geest - De Negen Bijbelse Eigenschappen
De vrucht van de Geest is een fysieke manifestatie van een Christelijk getransformeerd leven. Om volwassen te kunnen worden als gelovigen, zouden we de eigenschappen van de negenvoudige vrucht moeten bestuderen en begrijpen:
Liefde - "Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem" (1 Johannes 4:16). Door Jezus Christus is ons grootste doel om alle dingen liefdevol te doen. "De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan" (1 Korintiërs 13:4-8).
Vreugde - "...de vreugde die de HEER u geeft, is uw kracht" (Nehemia 8:10). "Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God" (Hebreeën 12:2).
Vrede - "Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus" (Romeinen 5:1). "Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest" (Romeinen 15:13).
Geduld (lankmoedigheid) - We hebben "door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen" (Kolossenzen 1:11). "Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde" (Efeziërs 4:2).
Vriendelijkheid (welwillendheid) - We zouden moeten leven "door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid" (2 Korintiërs 6:6-7).
Goedheid - "Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is" (1 Tessalonicenzen 1:2). "Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid" (Efeziërs 5:9).
Geloof (getrouwheid) - "HEER, u bent mijn God. Ik zal u hulde bewijzen, uw naam loven. Want wonderbaarlijk zijn uw daden, u hebt uw beleid sinds mensenheugenis trouw en betrouwbaar uitgevoerd" (Jesaja 25:1). "Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde" (Efeziërs 3:16-17).
Zachtmoedigheid - "Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid" (Galaten 6:1). "Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde" (Efeziërs 4:2).
Zelfbeheersing (matigheid) - "Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen" (2 Petrus 1:5-7).
Vrucht Van De Geest - Een Godsdienstige Oefening voor Alle Christenen
De vrucht van de Geest is een prachtige studie voor Christenen op elk niveau van spirituele volwassenheid. We hopen dat deze website een uitdagende gedachten-oefening en een springplank voor verdere groei biedt.
Het eucharistisch gebed: van het Levende Brood naar het Levende lichaam
Het eucharistisch dankgebed vormt een kernstuk in de viering van de eucharistie. Net als in het geheel van de christelijke liturgie worden hier in taal en tekens de uitwisseling en dialoog uitgedrukt tussen God en zijn Volk, met Jezus Christus als brugfiguur. De bedoeling van het gebed wordt al aangegeven in de uitnodiging die er het vertrekpunt van vormt: "Brengen wij dank aan de Heer, onze God".
De tekst van de verschillende dankgebeden wil uitdrukken waarvoor de kerkgemeenschap God wil danken, en hoe ze dat doet. Meer bepaald komt het paradoxale karakter van de christelijke dankbaarheid aan het licht: wat de kerkgemeenschap heeft ontvangen van God houdt ze niet voor zich, integendeel, ze biedt het Hem opnieuw aan, en ze sluit zich zelf ook aan in de beweging van zelfgave van Jezus Christus.
In de manier waarop het eucharistisch dankgebed wordt gebeden, zou dus voelbaar moeten worden dat de kerk zich hier uitdrukkelijk aansluit bij het gebed van haar grote Herder en Voorganger, Jezus Christus zelf. Samen met de priester-voorganger, die het gebed uitspreekt, sluit de geloofsgemeenschap zich aan bij de dankzegging en de zelfgave van de Verrezen Heer.
Het eucharistisch dankgebed is een eigen literair genre, met een aantal specifieke kenmerken. Het vormt één dynamisch geheel met een logische opeenvolging van verschillende thematieken. Reeds in de oudste teksten vindt men de – heel bijbelse – aaneenschakeling van lofprijzing, dankzegging en smeekgebed. Op het einde monden ze weer uit in lofprijzing en dankzegging (doxologie). Deze grote lijn vindt men in alle dankgebeden terug.
Twee andere spanningslijnen keren ook voortdurend weer: eerst en vooral de lijn van verleden over heden naar de toekomst; anderzijds de overgang van de gedachtenis van de historische Jezus naar de vraag om de actualisering van zijn aanwezigheid in zijn eucharistisch lichaam, en tenslotte de bede dat de vierende gemeenschap mag uitgroeien tot zijn levend "kerkelijk" lichaam. Het is dus belangrijk om in de praktijk deze dynamische eenheid te respecteren en aan het licht te laten komen.
Meer in detail bekeken, vinden we in het eucharistisch dankgebed een opeenvolging van volgende elementen:
* Lofprijzing en dankzegging in de prefatie, die uitmondt in de acclamatie van het Heilig.
* Na het Heilig volgt een eerste gebed om de Geest (epiclese) over de gaven van brood en wijn.
* Het instellingsverhaal.
* De gedachtenis (anamnese) waarin het leven, lijden, sterven en verrijzen van Jezus in het heden worden opgeroepen.
* Het offergebed, waarin de kerkgemeenschap in de gaven van brood en wijn ook zichzelf aan God aanbiedt, in navolging van de gave van Jezus’ eigen leven.
* Een tweede gebed om de Geest (epiclese) over de verzamelde gemeenschap.
* Voorspraakgebeden.
* Afsluitende doxologie die beantwoord wordt met het gemeenschappelijke "Amen".
Op verschillende plaatsen betuigt de gemeenschap haar instemming en betrokkenheid bij het gebed: bij de inleidende dialoog, in de acclamaties (Heilig, acclamatie na consecratie, eventueel ook andere acclamaties), en het Amen.
Enkele woorden van commentaar bij de verschillende elementen:
Het eucharistisch gebed is vooreerst een gebed van dankzegging en lofprijzing (eucharistie!). Dit blijkt vooral uit het eerste deel, de prefatie (vrij vertaald: "uitgesproken voor Gods aanschijn"). Deze lofprijzing mondt uit in een lied waarin de heiligheid van God wordt bezongen (= het "Heilig"). Als er één plaats is waar er door iedereen blij moet gezongen worden is het hier!
Essentieel in het Dankgebed is ook de epiklese, de roep om Gods Geest. Het is tenslotte niet ons gebed op zich, maar Gods Geest die de aanwezigheid van Christus midden in zijn gemeenschap bewerkt, en die de gemeente toelaat om Zijn aanwezigheid te herkennen. De epiklese is tweeledig: eerst wordt er gebeden dat Gods Geest over de gaven van brood en wijn komt; na het instellingsverhaal dat Hij ook de gemeenschap zelf zou bezielen en begeesteren.
De instellingswoorden: literair gezien lijken deze woorden een incoherentie: van de dialoog in het heden (Wij – U) gaat het gebed plots over naar een vertellen in het verleden (Hij). Inhoudelijk is deze breuk echter van groot belang: dit verhaal van de kerkgemeenschap over Jezus ("Wat Jezus heeft gedaan op het Laatste Avondmaal") gaat functioneren als een woord dat de Verrezen Heer tot zijn kerk richt. Het instellingsverhaal doet namelijk beroep op twee citaten van Jezus. Wanneer men iemand citeert, haalt men hem of haar aan als een gezagsvolle getuige. Door de woorden van Jezus aan te halen, toont de kerk dat ze zich aangesproken weet door de opdracht die er in vervat ligt: als we eucharistie vieren doen we dat omdat Jezus het ons gevraagd heeft. In het eucharistisch dankgebed keren de christenen steeds weer terug tot deze "beginopdracht". De instellingswoorden brengen dus steeds weer het essentiële in herinnering: het gebaar waarmee Jezus aan zijn leerlingen zijn liefde tot het uiterste heeft willen uitdrukken, en waarin Hij ons oproept om hetzelfde te doen.
Anamnese of gedachtenis: het volgende deel van het eucharistisch dankgebed is als het ware een ontplooiing of uitwerking van het voorafgaande. Er wordt uitdrukkelijk uitgesproken wat er met Jezus is gebeurd, meerbepaald dat hij voor de mensen geleden heeft, dat hij is gestorven, dat God Hem uit de dood heeft opgewekt. En het gaat daarbij niet louter om het "in herinnering brengen van het verleden". We spreken over wat er met Jezus is gebeurd opdat het ook nu voor ons werkelijk zou worden. We gedenken de doortocht van dood naar leven opdat we die doortocht ook in ons eigen leven zouden kunnen ontdekken en ervaren. Daarom duikt hier ook de gedachte op van de zelfgave: de kerkgemeenschap spreekt haar bereidheid uit om haar Meester te volgen in het breken en delen van zichzelf.
Smeekbeden: na de twee grote "strofen" van lofprijzing en anamnese, loopt het dankgebed uit op een smeekbede. We vragen dat God de weldaden die Hij in het verleden aan Israël en in Jezus heeft getoond, ook vandaag zou voortzetten. Vandaar het gebed voor de kerk en haar leiders: het gebed drukt de verbondenheid uit van de plaatselijke gemeenschap met de hele wereldkerk, en met de gelovigen die ons in de tijd zijn voorgegaan. Daarom worden ook Maria en de apostelen genoemd, en wordt er gebeden voor de overledenen. Tenslotte gaat men vanuit het verleden en het heden over naar de toekomst: het gebed verwoordt de hoop en het vertrouwen dat het Koninkrijk van God, waar we naar uitzien en waarvan we in het vieren van de eucharistie een eerste "voorsmaak" krijgen, eens werkelijk en volledig zal aanbreken: dat God ooit voor alle mensen zijn maaltijd aanricht waar volledig gevierd zal kunnen worden in blijdschap en vrede.
Doxologie: het Grote Dankgebed wordt afgesloten met een korte lofprijzing van God. Zo wordt de cirkel rondgemaakt. Hierbij is ook het gebaar belangrijk. Het omhoog heffen van de gaven laat zien wat eigenlijk de bedoeling was van heel het gebed: aan God aanbieden wat we van Hem als kostbaarste geschenk hebben gekregen.
Amen: als er één "Amen" moet klinken, is het wel hier: heel de gemeenschap bevestigt het gebed dat de voorganger in hun naam heeft uitgesproken.
Tot slot: de band tussen eucharistie en leven
Doorheen het eucharistisch dankgebed wordt ons leven en engagement als christen telkens weer geijkt op het voorbeeld van Jezus zelf, Hij die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven (cf. Mc. 10, 45). Via de gedachtenis van de grote gave die God ons in het leven van Jezus van Nazaret heeft gedaan, en de vraag dat de verrezen Heer door de kracht van Gods Geest nu opnieuw aanwezig mag komen, worden de aanwezigen - door de deelname aan het brood en de wijn, zijn eucharistisch Lichaam - zelf opgebouwd worden tot het zichtbare levende Lichaam van Christus, dat zijn dienstwerk in de wereld vandaag verder zet. Het gebaar van de broodbreking trekt de lijn nog verder en laat zien wat de uiteindelijke bedoeling is van het brood én van het levende Lichaam van Christus: dat het zich laat breken en delen ten bate van de wereld. Daarom is het "Amen" dat we uitspreken bij het ontvangen van de communie dan ook een echte engagementsverklaring: "Ja, ik wil het lichaam van Christus ontvangen, om zelf lichaam van Christus te worden", d.w.z. om te leren doen zoals Jezus heeft gedaan. "Maak ons door dit brood ook sterk, en geef dat wij meer en meer gaan doen wat Gij van ons verwacht" (Groot Dankgebed X).
Hebt uw vijanden lief
Lukas 6, 27-28 en 2 Samuël 16, 5-14
"Maar tot u, die Mij hoort, zeg Ik: hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen."
Zo spreekt Jezus in Lukas 6. Een onmogelijk gebod om in praktijk te brengen. Het wordt daarom ook wel het hoogste Christelijke levensideaal genoemd.
De liefde voor onze naasten en vrienden vinden we heel vanzelfsprekend. Ook warme gevoelens voor de zieke en ellendige mensen en dieren vinden we heel natuurlijk. Maar liefde voor vijanden, daar hebben we moeite mee. Dat is dan ook duidelijk iets, dat niet bij de menselijke natuur hoort, dat komt ergens anders vandaan. We zeggen dan: het komt van Boven, van God en van Jezus, die bad voor Zijn vijanden. Dat is iets, wat ons alleen door God Zelf geleerd kan worden, door de kracht van de Heilige Geest. Liefde voor de vijand heeft men ook wel eens als de Nieuwtestamentische vervulling van de Tora, de Wet en de Profeten, gezien. Alsof het zou staan tegenover het Oudtestamentische "oog om oog, tand om tand". Toch is dit niet juist gedacht. Ook in het Oude Testament komen we immers de liefde voor de vijand tegen. Neem bijvoorbeeld Spreuken 25, 21: "indien degene, die u haat, honger, geef hem brood te eten, en als hij dorstig is, geef hem water te drinken." Ook moeten we bedenken, dat geboden als het "oog om oog en tand om tand" niets te maken heeft met haat voor de vijand, maar eerder met liefde. Het is een sociale maatregel, dat met gelijke maten gemeten moet worden. Niet dat je te veel van de ander terugneemt. Als de vijand je één oog wegneemt, mag jij er geen twee nemen, of misschien wel nog meer: ogen en handen of zo. We moeten niet vergeten, dat in de tijd van het Oude Testament bloedwraak een heel normale zaak was. Daardoor werden hele families en zelfs volksstammen uitgemoord. Dat moest bij het volk van God niet gebeuren! Vandaar dat Mozes zin mensen voorhoudt: "Oog om oog, tand om tand."
Mensen moeten liefdevol met elkaar omgaan, Alleen dit staat er wel in het Oude Testament: "Here, zou ik niet haten, die U haten?" Maar dan gaat het om mensen, die God haten. En dat wordt in het Nieuwe Testament ook nergens tegengesproken. Er staat niet : "hebt de vijanden van God lief", maar " hebt uw vijanden lief". Gods vijanden en onze vijanden mogen dus niet verward worden. Over Gods vijanden hoeven we ons trouwens ook niet druk te maken, Dat kan God alleen wel aan! En wie zal zeggen, welke mensen en machten vijanden van God zijn? Hoe vaak is het in oorlogen niet gezegd, dat God aan onze kant staat? Terwijl later bleek, dat juist het omgekeerde het geval was! Trouwens wie vandaag een vijand van God is, kan morgen wel Zijn vriend zijn. Kijk maar naar een man als Saulus. Vandaag een vijand, morgen een vriend!
God zegt: "Mij komt de wraak toe en de vergelding" ( Deuteronomium 32, 35).
Dat wordt niet alleen gezegd met het oog op Gods eigen vijanden. Maar dat mogen wij ons ook aantrekken! Wij moeten geen wrok koesteren tegen onze vijanden. Integendeel, we moeten de wraak omkeren in liefde. Daarmee wordt niets onnatuurlijks van ons gevraagd. Je hoort wel eens zeggen: "Maar dat kan ik niet! Hoe moet ik hem of haar, die mij zo veel aangedaan heeft, nou liefhebben? Hoe kan God dat nou van mij vragen?" Het is ook zo, dat sommige mensen onuitstaanbaar zijn. Maar dan moeten we wel twee dingen onderscheiden: liefhebben is niet lief vinden. Als we onze vijanden lief zouden moeten vinden, zou dat heel tegennatuurlijk zijn. Maar dat vraagt God ook niet van ons! We hoeven iemand, aan wie wij een hekel hebben, niet lief te vinden. Dat zou ook niet kunnen! Maar we mogen hem wel liefhebben, sterker nog: we moeten hem liefhebben. En we kunnen het ook. Hoe dan? Als we bedenken dat God die ander ook liefheeft net als mij zelf. Dan kunnen we toch niet achterblijven? We moeten allemaal van Gods liefde leven! Ik weet wel, dat kost soms heel wat moeite, maar het heeft God ook heel wat gekost: Zijn eigen geliefde Zoon. Het valt ons niet mee iemand, die ons een hak heeft gezet of iemand die ons altijd maar dwars zit, lief te hebben. Sommige mensen zijn nu eenmaal je "vijanden". Ze liggen altijd dwars. God zegt ook niet, dat het niet zo is. Het is een harde realiteit, dat mensen elkaar soms niet kunnen uitstaan. Blijkbaar is daar niet aan te ontkomen. De ene mens is je sympathieker dan de andere. Toch, zegt God, dat we ze moeten liefhebben, allemaal! Zoals Jezus aan het kruis voor Zijn vijanden bad en hen zegende, zó moeten wij dat ook doen.
En denk nu niet, dat Hij het alleen vraagt aan mensen, die tot een zekere heiligheid en vroomheid gekomen zijn. Zulke mensen bestaan en zijn een voorbeeld voor ons. Toch worden niet alleen zij bedoeld. Jezus heeft het tegen iedereen, ook tegen ons, ieder die Hem maar horen kan. "Maar tot u, die Mij hoort, zeg Ik: hebt uw vijanden lief..."
Hoe zouden we nog het Onze Vader kunnen bidden, als we dat wat Jezus hier van ons vraagt niet deden? "En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren." Liefde komt voort uit vergeving, liefde IS vergeving. Vergeven, niet omdat je die vijand zo lief en aardig vindt, maar omdat Christus hem liefheeft en jij het daarom ook kunt. Je hebt hem lief in Christus. Niet in jezelf, maar in Christus, en dan wordt het ook iets van je zelf.
We zien de voorbeelden in het Oude Testament: Jozef en zijn broers, Esau die Jakob omhelst, David die Saul spaart, de barmhartige Samaritaan. En in onze andere Schriftlezing uit 2 Samuel komen we David tegen, die voor Absalom vlucht. Simeï vervloekt hem dan vanuit de hoogte. Dan willen de metgezellen van David Simeï doden. Maar David verstaat het anders. David zegt: "Laat hem mij maar vervloeken, want de Here heeft tot hem gezegd: vervloek David. Wie zou dan zeggen: waarom hebt gij zo gedaan?"
Ook in de Griekse omgeving van het Oude Testament kende men het gebod van de vijandsliefde. De beroemde Alexander de Grote, die heerste over het gebied, dat van Griekenland tot aan India reikte, had eens een Indische wijze op bezoek. Hij vroeg hem: "Hoe kan een mens tot een God worden?" De wijze antwoordde hem: "Wanneer hij doet wat alleen God kan doen." "En wat is dat dan?" vroeg Alexander hem. De wijze antwoordde: "Wanneer hij zijn vijanden liefheeft, alleen dan!"
Bij de geschiedenis van David en Simeï zien we, hoe we in elke vijand een instrument van de Heer kunnen zien. Dat mogen we ons aantrekken. De mens, aan wie we zo'n hekel hebben, zou wel eens door God op onze weg beschikt kunnen zijn. Daarom moeten we niet zo zeer op onze vijanden zien, maar ons altijd weer afvragen, of zij ons iets te vertellen hebben, wat God zo bepaald heeft. God heeft er een bedoeling mee, misschien om ons te leiden of te kastijden of tot een sterker geloof te brengen. Dat is het eerste wat we moeten bedenken bij dit grote gebod: "Hebt uw vijanden lief!" Zij kunnen instrument zijn in Gods hand. Het tweede, wat hierop direct aansluit, is: vijandschap en haat komen voort uit de vreselijke macht van de zonde. En u weet toch wel, dat de zonde niet alleen in de vijand huist, maar ook in u zelf? Wij zijn geen haar beter dan de ander. Laat ons dat bescheiden maken! Allen hebben we van Gods genade te leven. En als u deze genade van God ontvangt, wees dan dankbaar en heb van daaruit ook medelijden met uw "vijand", die nog niet zo ver is of minder bedeeld in de genade van God. Misschien is die vijand van u door haat verblind, waardoor hij niet meer kan bidden. Doet u 't dan voor hem! Dat is de liefde, die God van ons vraagt. Dank Vader, dank voor die genade, die ik als zondaar niet verdien!
Dan is er nog een derde punt, waarop we moeten letten. Geen vijandschap komt zo maar uit de lucht vallen. We zijn er altijd ook zelf debet aan! Laten we er voor oppassen ons zelf te beklagen, alsof wij het slachtoffer zijn. Nee, we zijn ook veroorzakers van die vijandschap. Het zou wel eens kunnen zijn, dat ons doen en laten anderen prikkelt, zo erg dat ze een hekel aan ons hebben gekregen. Let er toch eens op, hoe uw houding reacties bij anderen teweeg brengt, nare reacties. Als we 't merken, probeer dan zelf uw houding te veranderen! En als u dat niet kunt, ga dan die ander een beetje uit de weg, zodat u die ander niet steeds weer ergert.
Tenslotte nog de vraag: wat is de diepere betekenis van die vijandschap? Hebt uw vijanden lief! Als God alleen maar liefde is, waarom zijn er dan voor mij nog vijanden? Ik zei u daarnet al: misschien heeft God daar wel een bedoeling mee. Probeer daar eens achter te komen! Zoals David deed, toen hij zei: "Misschien zal de Here op mijn ellende letten en mij het goede schenken in plaats van Zijn vervloeking van deze dag." Zou het voor ons ook niet een geloofsbeproeving kunnen betekenen? De vijand houdt ons een spiegel voor, we zien daarin onszelf en merken hoe we Gods genade nodig hebben. Uw bitterste vijand kan u zo tot een zegen zijn, omdat hij het geloof in u versterkt en uw hoogmoed een kopje kleiner maakt. Probeer daar oog voor te krijgen. Laat de vijandschap zo het goede in u uitwerken. Ook de vijandschap, die we soms ervaren in ons eigen lichaam, ziekte en handicap, kan dit uitwerken. Ons lijden kan ons zo tot zegen worden. God gaat met de mens een wonderlijke en onnaspeurbare weg.
God's Liefde
God's Liefde - Johannes 15:13
God's liefde voor ons, Zijn van Hem vervreemde schepping, wordt in het offer dat Hij voor ons gaf levendig afgebeeld. "Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden" (Johannes 15:13 NBV).
Jezus Christus is God's unieke en eeuwige Zoon.1 Hij is de Alfa en Omega,2 de grootse IK BEN,3 de "HEER van de hemelse machten"4 door wie alle dingen werden geschapen5 en in wie alle dingen bestaan.6 Jezus, die aan het hoofd staat van alle dingen,7 maakte Zichzelf op zo'n manier onderdanig dat het menselijke verstand alleen al de gedachte daaraan niet zou kunnen verdragen. Hij kwam naar deze door zonde vervloekte wereld en nam actief deel aan ons erbarmelijk bestaan. Zelfs al bestaan wij uit vlees en bloed, toch deelde Hij ook dit met ons.8 Hij werd een mens en Hij mengde zich onder ons.9 Hij deelde in het lijden dat we over onszelf hadden afgeroepen doordat we Zijn Heilige beginselen afwezen.10 En alsof dat nog niet genoeg zou zijn om ons van Zijn liefde en zijn zorg voor ons te overtuigen gaf Jezus, de onsterfelijke God en de Gever van Leven, Zijn eigen leven aan het kruis in de grootste liefdesdaad die de wereld ooit heeft gekend! Door dit te doen nam Hij onze zonden weg, door deze effectief met Zichzelf aan het kruis te slaan. Dus werd Hij die geen zonde kende Zelf de zonde voor ons11 en proefde Hij die ons allen het leven gaf Zelf de dood voor hen die hiertoe veroordeeld waren.12
God's Liefde - Want God Had de Wereld Zo Lief
Dit is God's liefde! "Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden" (Johannes 3:16-17). Jezus Christus hield zo veel van de wereld dat Hij alles hiervoor opgaf, van Zijn rechten en privileges als de unieke eeuwige Zoon van God, tot zelfs Zijn leven! Als je de liefde van God wil zien, kijk dan op naar het kruis. "En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden" (1 Johannes 4:9-10). "Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer" (Romeinen 6:23).
God's Liefde - Deze is Voor Jou!
God's liefde is aan ons geopenbaard en nu staat Hij voor de deur en klopt Hij aan.13 Het is de verantwoordelijk van elk individu om of een persoonlijke relatie met God na te streven of om Hem anders ronduit af te wijzen. De enige barrière tussen ons en God's liefde is onze vrije wil en Jezus Christus is de deur.14 "Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'" (Johannes 14:6). Verlossing is een gratis geschenk dat gekocht en betaald is met het bloed van Christus. Er bestaat geen andere manier. "…Verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn!" (Galaten 2:21). Je kan God's vergeving niet verdienen door middel van goede daden. Hoe kan het doen van goede daden die je al je hele leven had moeten doen ooit de ontelbare keren dat je gefaald hebt ongedaan maken? God is geen gek. "Ook al was je je kleren met zeep, en met een overvloed aan loog, je schandvlek blijf ik zien – spreekt God, de HEER…" (Jeremia 2:22).
Een man viel ooit op zijn knieën voor Christus en smeekte: "Als u wilt, kunt u mij rein maken." Jezus kreeg medelijden en antwoordde: "Ik wil het, word rein." (Marcus 1:40-41). Wij kunnen ook op onze knieën vallen en God's enige voorziening voor onze zonden erkennen. Ook wij kunnen dit antwoord krijgen: "Ik wil het, word rein." Christus nam bereidwillig God's rechtvaardige verontwaardiging op Zich zodat wij dat niet hoefden te doen: eenieder die Zijn dood aan het kruis accepteert als betaling voor zijn zonden zal verzoend worden met de God die we hebben beledigd. "Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend...God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden" (2 Korintiërs 5:18-19, 21). Zul jij God's liefde vandaag aanvaarden?
Jesus, I need you.
“Jesus, I need you. I repent for the life I’ve lived apart from you. Thank you for dying on the cross to take the penalty for my sins. I believe you are God’s Son and I now receive you as my Savior and Lord. I commit my life to follow you.”
Prijzen en vieren
"Op een dag als vandaag, waar gevraagd wordt naar onze geloofwaardigheid, kan het geen kwaad om naast de sociaal-pastorale imperatief, ook de lofprijzing van de Heer in onze liturgie ter harte te nemen."
| Liturgie betekent 'deelnemen aan het werk van God'. Daarbij is de viering van de eredienst een van de belangrijke aspecten. Katholieken bewijzen hiermee een dienst aan God en aan de mensen. Centraal staat het paasmysterie van Christus. Liturgie valt uiteen in twee facetten: liturgie als mysterie en viering en liturgie die tot uiting komt in de zeven sacramenten en de sacramentaliën. |
|
Zegt de oorsprong van het woord 'liturgie' iets over liturgie?
Het woord liturgie komt van het Griekse woord leitourgia, en de gebruikelijke vertaling is"het werk van het volk." Het is de gemeenschappelijke handeling van God's mensen die samen Hem lof brengen en deel hebben aan de openbaring. Dit soort eredienst vond al plaats in de Joodse tempel en synagoge, en ging door in de vroege Christelijke Kerk.
In het woord 'liturgie'zitten' zitten wezenlijke elementen van de Christelijke eredienst: Er is nadruk op "werk," de griekse term geeft iets veel vitalers weer dan een gemeente die beziggehouden wordt door een voorganger — het is niet de voorganger die het werk doet, de gemeente doet het gemeenschappelijk met hulp van de voorganger.
Buiten het woord om is wezenlijk dat de eredienst Lof is die God gegeven wordt als dank voor wat Hij voor mensen gedaan heeft. Daar komt de openbaring die doorgegeven wordt (Bijbel en (zelfs bij protestanten) traditie) aan te pas, het is ten diepste niet een bezigheid die mensen zelf kiezen of plezierig vinden, maar past binnen de traditionele (geopenbaarde) omgang van God met zijn mensen. Het is het gemeenschappelijke werk dat de samengekomen gelovigen uitvoeren in het brengen van lof en aanbidding aan God.
De kern van de liturgie is niet enkel prachtige muziek of indrukwekkende rituelen, of juist sobere gebeden en prediking; eerder een concentratie op zijn oorsprong. Twee concepten moeten in gedachten gehouden worden als men het "waarom" van de liturgische eredienst en praktijk bestudeert. Men moet zich ten eerste bedenken dat de Apostelen en de eerste Christenen Joden waren. Dat wil zeggen, ze waren Joden die Jesus Christ herkenden en aanvaarden als de beloofde Messias. Uit hun traditie van liturgische omgang met God kwam de Joodse vorm van bijbelse eredienst, de basis structuur, de "oorsprong" van Christelijke eredienst. Omdat er al een vormentaal en een structuur is als uitgangspunt, is het niet vreemd dat aan het eind van de eerste eeuw er een allerminst primitieve vorm van liturgische ordening aangetroffen wordt — binnen zestig jaar na de opstanding van Jezus Christus.
Broeders en zusters, ieder van ons weet dat ons geloof beproefd kan worden of aangevochten. Geloof en geloven zijn dan ook niet vanzelfsprekend. Zij zijn een gave die moet worden afgebeden. Alleen de Heilige Geest kan in ons het geloof wekken en bewaren. Maar daarnaast, laten we nooit vergeten dat één van de mooiste schietgebeden die ons uit het evangelie zijn overgeleverd de bede van de honderdman is ’Ik geloof Heer, maar kom mijn ongeloof te hulp’. (Kardinaal Simonis)
De viering van het Christusmysterie
Waarom liturgie?
In het symbolum van het geloof belijdt de kerk het mysterie van de heilige Drieëenheid en haar "geheim raadsbesluit" ten aanzien van de hele schepping: de Vader brengt het "raadsbesluit van zijn wil" (Ef. 1,9) tot vervulling, door zijn welbeminde Zoon en zijn heilige Geest te schenken tot heil van de wereld en ter verheerlijking van zijn naam. Dat is het Christusmysterie, 1 Vgl. Ef. 3,4 dat geopenbaard en verwezenlijkt is in de geschiedenis volgens een plan, een met wijsheid ontworpen "beschikking", die Paulus "de volvoering van het geheim" (Ef. 3,9) noemt en die de patristische traditie "de economie van het mensgeworden Woord", de "heilseconomie" of de "heilsgeschiedenis" zal noemen.
"Dit werk van de verlossing van de mensen en de volmaakte verheerlijking van God, waarvan de wondere daden van God onder het volk van het Oude Verbond het voorspel waren geweest, heeft Christus de Heer volbracht, vooral in het paasmysterie van zijn zalig lijden, van zijn verrijzenis uit de doden en van zijn glorievolle Hemelvaart. Daarin heeft Hij door te sterven onze dood tenietgedaan en door te verrijzen ons leven hersteld. Want toen Christus was ingeslapen op het kruis, is uit zijn zijde het wonderbare sacrament dat de hele kerk is, voortgekomen." 2 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 5. vert. Getijdenboek. Lect. 11,3,17 Daarom viert de kerk in de liturgie hoofdzakelijk het Paasmysterie waardoor Christus het werk van ons heil heeft volbracht.
Juist dit Christusmysterie verkondigt en viert de Kerk in haar liturgie, opdat de gelovigen eruit leven en ervan getuigen in de wereld: De liturgie, waardoor - vooral in het goddelijk offer van de Eucharistie - "het werk van onze verlossing" wordt voltrokken, draagt in allerhoogste mate ertoe bij dat de gelovigen door hun leven het Christusmysterie en het eigenlijke wezen van de ware kerk tot uitdrukking brengen en het aan anderen tonen.
Wat betekent het woord liturgie?
Oorspronkelijk betekent het woord "liturgie" een "publiek werk", een "dienst uit naam van/ten gunste van het volk". In de christelijke traditie wil het aangeven dat het Volk van God deelneemt aan het "werk van God". 4 Vgl. Joh. 17,4 Christus, onze Verlosser en Hogepriester, zet door de liturgie het werk van onze verlossing in zijn kerk voort, samen met haar en door haar:
Het woord "liturgie" wordt in het Nieuwe Testament niet alleen gebruikt om de viering van de goddelijke eredienst aan te duiden. 5 Vgl. Hand. 13, 2; Lc. 1, 23 Men duidt er ook de verkondiging van het evangelie 6 Vgl. Rom. 15, 16; Fil. 2, 14-17; Fil. 2, 30 en de daadwerkelijke naastenliefde 7 Vgl. Rom. 15, 27; 2 Kor. 9, 12; Fil. 2, 25 mee aan. In al deze omstandigheden gaat het om een dienst aan God en de mensen. In de viering van de liturgie is de kerk dienstbaar, naar het beeld van haar Heer, de enige "Liturg", 8 Vgl. Heb. 8, 2.6 terwijl zij deelneemt aan zijn priesterlijk (eredienst), profetisch (verkondiging) en koninklijk (liefdebetoon) ambt:
Terecht wordt de liturgie dus beschouwd als de uitoefening van het priesterlijk ambt van Jezus Christus. De heiliging van de mens wordt er ' in waarneembare tekens aangeduid en, op de wijze die aan elk afzonderlijk teken eigen is, tot stand gebracht. De openbare eredienst wordt in zijn geheel voltrokken door het mystieke lichaam van Christus, dat wil zeggen: door hoofd en ledematen. Zo is elke liturgische viering, omdat ze het werk is van Christus, de Priester, en van zijn lichaam, de kerk, een bij uitstek heilige handeling die door geen enkel ander handelen van de kerk op gelijke titel en in gelijke mate in krachtdadigheid wordt geëvenaard.
Vanaf het begin zegent God de levende wezens, in het bijzonder de man en de vrouw. Het verbond met Noach en met alle bezielde wezens vernieuwt deze zegen die vruchtbaar maakt, ondanks de zonde van de mens, waardoor de grond "vervloekt" is. Maar pas vanaf Abraham wordt de mensengeschiedenis, die naar de dood leidde, van de goddelijke zegen doordrongen, zodat ze weer kan opstijgen tot het leven, tot haar bron: door het geloof van Abraham, "de vader van de gelovigen" die de zegen ontvangt, wordt de heilsgeschiedenis ingeluid.
De goddelijke zegeningen manifesteren zich in verbazingwekkende en heilzame gebeurtenissen: de geboorte van Isaak, de uittocht uit Egypte (Pasen en Exodus), de gave van het beloofde land, de uitverkiezing van David, de aanwezigheid van God in de tempel, de leuterende ballingschap en de terugkeer van een "kleine Rest". De wet, de profeten en de psalmen, die de liturgie van het uitverkoren volk vormen, brengen de goddelijke zegeningen niet alleen in herinnering, zij zijn er tevens het antwoord op door lofprijzing en dankzegging.
In de liturgie van de kerk wordt de goddelijke zegening ten volle geopenbaard en meegedeeld: de Vader wordt erkend en aanbeden als bron en einddoel van alle zegeningen van de schepping en van het heil; in zijn Woord, dat voor ons is vlees geworden, gestorven en verrezen is, overstelpt Hij ons met zijn zegeningen; en door Hem stort Hij in onze harten de Gave uit die alle gaven bevat: de heilige Geest.
Men begrijpt nu ook de dubbele dimensie van de christelijke liturgie als een gelovig en liefdevol antwoord op "de geestelijke zegeningen" waarmee de Vader ons begunstigt. Enerzijds zegent de kerk, verenigd met haar Heer en "vervuld van de heilige Geest" (Lc. 10,21), de Vader "voor zijn onuitsprekelijke Gave" (2 Kor. 9,15) door middel van aanbidding, lofprijzing en dankzegging. Anderzijds, en tot aan de voleinding van Gods plan, houdt de kerk niet op de Vader "de offerande van zijn eigen gaven" te schenken en Hem te smeken zijn heilige Geest te zenden over deze offerande, over haarzelf, over de gelovigen en over de hele wereld, opdat door de gemeenschap met de dood en verrijzenis van Christus-Priester en door de kracht van de Geest deze goddelijke zegeningen vruchten ten leven mogen dragen "tot lof van de heerlijkheid van zijn genade" (Ef. 1,6).
De liturgie als levensbron
Als werk van Christus is de liturgie ook een handeling van Zijn Kerk. Ze verwezenlijkt en toont de Kerk als een zichtbaar teken van de gemeenschap tussen God en de mensen door Christus. Ze betrekt de gelovigen in het nieuwe leven van de gemeenschap. Ze houdt een "bewuste, actieve en vruchtbare" deelname van allen in."De liturgie omvat niet het hele handelen van de Kerk": 11 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 9. vert. uit Lat. ze moet worden voorafgegaan door de evangelisatie, het geloof en de bekering; dan kan ze haar vruchten voortbrengen in het leven van de gelovigen: het nieuwe leven volgens de heilige Geest, het deelnemen in de zending van de Kerk en de dienst aan haar eenheid.
Gebed en liturgie
De liturgie is ook een deelname aan het gebed van Christus, dat gericht is tot de Vader in de heilige Geest. In dit gebed van Christus ontspringt en eindigt elk christelijk gebed. "De liturgie is het hoogtepunt waarnaar het handelen van de Kerk streeft en tevens de bron waaruit haar hele kracht voortvloeit". Ze is dus bij uitstek de plaats voor de catechese van het Volk van God. "De catechese is onlosmakelijk verbonden met elke liturgische en sacramentele handeling, want juist in de Sacramenten, en vooral in de Eucharistie, handelt Christus Jezus in volheid met het oog op de herschepping van de mensen".
De liturgische catechese beoogt in te leiden in het Christusmysterie (ze is "mystagogie"). Hiertoe maakt ze de overgang van het zichtbare naar het onzichtbare, van het teken naar het betekende, van de "sacramenten" naar de "mysteries". Het verzorgen van een dergelijke catechese behoort tot de taak van de plaatselijke en regionale catechismussen. Deze Catechismus, die bedoeld is voor de hele kerk in de verscheidenheid van haar riten en culturen.
Er bestaan verschillende soort vieringen in de kerk. Iedere viering heeft zijn eigen opbouw. In deze patronen is enige ruimte voor eigen invulling.
"God is Schepper. Dat wil niet zeggen dat Hij iets buiten zichzelf tot stand heeft gebracht, maar dat Hij zich heeft teruggetrokken en zo aan een deel van het zijn heeft toegestaan anders dan God te zijn." Simone Weil
Men zou de traditionele katholieke liturgie, en daarmee ook het gregoriaans, op kunnen vatten als een goed geöliede machine, als een smetteloze gebedsmolen, ja zelfs als een wezenlijk en noodzakelijk onderdeel van het universum.
Elke dag begint met de Lauden en eindigt met de Vespers, waarna hij wordt afgesloten met de Completen. 's Nachts vinden er Nachtwaken plaats, terwijl de dag wordt geleed door de kleine Uren. De week begint met de Mis op zondag. Elke dag van de week heeft verder zijn specifieke betekenis in relatie tot de heilsgeschiedenis. Al deze liturgische momenten worden door het jaar heen vervolgens van verschillende betekenissen voorzien. Een cyclus rondom Pasen, dat samenvalt met het begin van de lente. Een cyclus rondom Kerst, dat net na de donkerste dag van het jaar valt. Op de verschillende dagen van het jaar worden bovendien allerlei mensen en gelegenheden herdacht die van groot belang zijn voor de Kerk.
Al deze momenten hebben een uitgekristalliseerde vorm en ontlenen hun zin niet alleen aan de afwisseling van de seizoenen en van dag en nacht, maar ook aan de afwisseling van gebed, werk en ontspanning en aan de relatie van dit alles tot de heilsgeschiedenis. Met de liturgie wordt aan de individuele mens een thuis gegeven in de oneindigheid van het universum. De liturgie geeft daarmee dus een schijnbaar volmaakt antwoord op de vraag naar de zin van het menselijk bestaan.
Hoewel dit alles tegenwoordig nauwelijks meer naar waarde wordt geschat, is het ooit de basis van de westerse samenleving geweest. Tegelijkertijd is er echter een merkwaardige keerzijde die juist bij het machinale en noodzakelijke karakter van de liturgie om nuancering vraagt. Die liturgie is er namelijk niet altijd geweest. Ze heeft duidelijk historische dimensies, ze is in de loop der eeuwen gegroeid en op verschillende plaatsen en tijden van een heel ander karakter geweest. Bovendien zijn er verschillende volken en culturen waar men vanuit andere antecedenten tot soortgelijke constellaties is gekomen; men denke daarbij vooral aan hindoeïsme, boeddhisme en islam.
In plaats van een antwoord te geven op de vraag naar de zin van het leven, is de liturgie daarom veeleer een uitdrukking van het zoeken naar dat antwoord. Juist in dat zoeken is ze niet gefixeerd in een eeuwig en noodzakelijk zichzelf gelijkblijvende vorm. En juist in dat zoeken is ze kunnen komen tot de schijnbaar volmaakte vormen die we nog kennen. De kracht van de liturgie ligt dus niet in het vinden, maar in het zoeken; niet in het gerealiseerde, maar in het perspectief op iets wat nog niet gerealiseerd is; niet in een gesanctioneerd instituut, maar in een breekbaar ideaal. Zodra de liturgie dat perspectief niet meer kan bieden heeft ze haar kracht verloren, en is ze overbodig geworden.
[ Wat er méér mocht zijn, doet wel erg veel water bij de wijn.]
God Prijzen - De Eerste Stap!
Ben jij je ervan bewust dat het altijd het beste is om het prijzen van God de eerste stap te maken? Ben jij wel eens in een situatie geweest waarin jij je helemaal alleen voelde? Of heb je wel eens met een moeilijke situatie in je leven te maken gehad waarin je niet wist wat te doen, zoals het verliezen van je baan of het overlijden van iemand waar je veel van hield? Denk dan aan de goede tijden die je hebt gekend, zoals die keer dat je een salarisverhoging kreeg of goede resultaten op school behaalde. Wat doe je gewoonlijk op dergelijke moeilijke momenten? Als we God prijzen dan wordt elke omstandigheid in ons leven compleet, essentieel, voortreffelijk en de moeite waard.
Het woordenboek definieert prijzen als iemands lof zingen of bewondering uiten voor iemand. Het is een synoniem voor woorden als bewonderen, loven, eren en aanbidden. Een definitie van Christelijke lofprijzing is het vreugdevol danken en loven van God, de viering van Zijn goedheid en genade. Dit impliceert eenvoudigweg dat lofprijzing alleen aan God toekomt.
God Prijzen - Waarom?
Waarom is het prijzen van God zo belangrijk? De redenen zijn ontelbaar. Op de eerste plaats verdient God het om geprezen te worden. Hij is onze lofprijzing waardig:
- "Groot is de HEER, hem komt alle lof toe, geducht is hij, meer dan alle goden" (Psalm 96:4).
- "Groot is de HEER, hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden" (Psalm 145:3).
- "Geloofd zij de HEER, want ik ben van mijn vijanden verlost" (2 Samuël 22:4).
- "U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is" (Openbaring 4:11).
Op de tweede plaats is het prijzen van God nuttig en voordelig voor ons. Door God te prijzen worden we herinnerd aan de grootsheid van God! Zijn macht en aanwezigheid in onze levens wordt in ons begrip versterkt. "Loof de HEER, want hij is goed, bezing zijn naam, zo lieflijk van klank" (Psalm 135:3).
Op de derde plaats ontlaadt lofprijzing kracht in geloof, wat er toe leidt dat God voor jou in actie komt. "Met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken" (Psalm 8:). Het prijzen van God transformeert ook de geestelijke omgeving waar we ons in bevinden. 2 Kronieken 5:13-14 illustreert duidelijk de wijziging die plaatsvond toen de Levieten Hem eerden en dankten en de tempel gevuld werd met een wolk die de glorie van God uitdrukte. "Op dat moment moesten de blazers en zangers samen muziek ten gehore brengen ter ere van de HEER. Zodra het geluid van de trompetten, cimbalen en andere instrumenten opklonk en de zangers de lofzang aanhieven: ‘De HEER is goed, eeuwig duurt zijn trouw,’ vulde de tempel, het huis van de HEER, zich met een wolk. De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want de majesteit van God vulde de hele tempel."
Op de vierde plaats huist God in de atmosfeer van de lofprijzing. Psalm 22:3 zegt: "Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls" (Statenvertaling). Als we een duidelijke manifestatie van God's zegeningen en genade willen zien, dan hoeven we Hem alleen maar te prijzen, met heel ons hart, heel ons verstand en heel onze ziel.
God Prijzen - Wie en Wanneer?
Wie hoort God te prijzen? "Alles wat adem heeft, loof de HEER" zegt Psalm 150:6.
- "De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof" (Psalm 34:2).
- "Uw liefde is meer dan het leven, mijn lippen zingen uw lof. U wil ik prijzen, mijn leven lang, roepend uw naam, de handen geheven" (Psalm 63:4-5).
- "Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht. Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de HEER" (Psalm 134:1-2).
We kunnen de ware vreugde en de voordelen van het prijzen van God niet binnentreden, tenzij we Jezus Christus als onze Heer en Verlosser hebben ontvangen. We zijn dan kinderen van God en Hij leeft dan in onze lichamen door middel van de Heilige Geest. Dit betekent dat God geprezen moet worden waar we ons ook bevinden. 1 Korintiërs 6:19-20 stelt: "Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam."
God Prijzen - Hoe God te Prijzen en te Aanbidden
Hoe kunnen we God dan prijzen? Door liederen en hymnes te zingen, door te klappen, zelfs door uit vreugde te springen... de lijst van mogelijkheden is eindeloos. We kunnen God eren en prijzen door onze fysieke lichamen te gebruiken, of met onze harten en onze gedachten, of via de dingen die we doen. Er zijn vele manieren waarop we God kunnen prijzen! Het maakt niet uit hoe je God prijst en aanbidt, dit zou altijd moeten leiden tot een ontzag voor God's macht, liefde en genade voor ons allen!
Lof aan God
Het Belang van Hem Prijzen Lof aan God is wat we in erkenning van God's excellente wezen aanbieden. Je mag misschien wel denken dat Hem prijzen hetzelfde is als "dank je wel" zeggen, maar er is een verschil. Het tonen van onze dankbaarheid beschrijft onze houding ten opzichte van wat God voor ons heeft gedaan, maar God wordt geprezen omdat God is wie Hij is. Psalm 18:3 zegt: "Ik riep den HEERE aan, die te prijzen is..." (Statenvertaling).
Alle gelovers worden geboden om God te vereren! Jesaja 43:21 legt feitelijk uit dat lof aan God een reden is dat we geschapen werden, "Dit is het volk dat ik mij gevormd heb, het zal mijn lof verkondigen." Hebreeën 13:15 bevestigt dit, "Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen, ononderbroken."
Lof voor God ontstaat in een hart dat gevuld is met liefde ten opzichte van God. Deuteronomium 6:5 zegt, "Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten." Ben jij een Christen? Als dat zo is, dan weet je dat je van God houdt omdat Hij eerst van jou hield! Zonder God's liefde is elke verering die je Hem kan bieden leeg en betekenisloos. Liefde, die geboren is uit een relatie met God door Jezus Christus, is een essentieel onderdeel van je verering.
Lof aan God - Hoe God te Vereren Hoe kun jij lof brengen aan God? Wat kun jij doen om dit een integraal onderdeel van je leven te maken? Lof kan uitgedrukt worden in gezang, verzen, of in gebed en het moet continu gedaan worden! Psalm 34:2 draagt ons op, "De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof. " Psalm 71:6 zegt, "Al vanaf mijn geboorte steun ik op u, al in de moederschoot was u het die mij droeg, u wil ik altijd loven."
Lof aan God wordt uiterlijk uitgedrukt in onze alledaagse handelingen, en innerlijk in onze gedachten. Onze lof is een handeling van Christelijke verering.
"Waar kan ik beginnen?" zou je misschien willen vragen. "Hoe begin ik met God te vereren?" Als lof brengen aan God nieuw voor jou is, probeer dan God te prijzen voor wie Hij voor jou persoonlijk is. Verkondig dat God's goedheid geen grenzen kent; deze is overvloedig en overstromend! Hier zijn enkele manieren waarop je
· Prijs God voor Zijn heiligheid, genade, en rechtvaardigheid (2 Kronieken 20:21, Psalm 99:3-4).
· Prijs God voor Zijn gratie (Efeziërs 1:6).
· Prijs God voor Zijn goedheid (Psalm 135:3).
· Prijs God voor Zijn zachtaardigheid (Psalm 117).
· Prijs God voor Zijn verlossing (Efeziërs 2:8-9)
Lof aan God kan ten alle tijden aan Hem worden aangeboden! Na verloop van tijd zal het zo normaal voor je zijn als ademen. Soms prijzen we God inwendig zoals in Psalm 9:3, "Ik wil vrolijk zijn, u toejuichen, uw naam bezingen, Allerhoogste". Op andere momenten hebben we de gelegenheid om in het openbaar glorie en eer aan God te geven. Psalm 22:23 zegt, "Ik zal uw naam bekendmaken, u loven in de kring van mijn volk." Zoek gelegenheden op waar je God kan prijzen!
Lof aan God - Wie Prijst God? Terwijl lof in het bijzonder door Zijn kinderen wordt aangeboden als een vrijwillige uitdrukking van hun dankbare harten, zal er een tijd komen waarin iedereen God zal prijzen! De Bijbel zegt dat de hele mensheid Hem zal prijzen wanneer Hij terugkeert en Hem als Heer zal erkennen. Hij is Koning over heel de aarde. Wanneer we Jezus Christus kennen als onze Heer en Verlosser, dan verlangen onze harten er naar om Zijn naam te prijzen. Filippenzen 2:9-11 vertelt ons dat Zijn naam Zijn wezen voorstelt en beschrijft wie Hij is, "Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader."
De Bijbel heeft ook het volgende vastgelegd:
· De hele natuur prijst God (Psalm 148:7-10).
· De zon, de maan en de sterren prijzen Hem (Psalm 19:1 en 148:3).
· De engelen prijzen Hem (Psalm 148:2).
· Zelfs de woede van de mens wordt door God gebruikt om Zichzelf te prijzen (Psalm 76:10).
· Kinderen worden geleerd om God te prijzen (Psalm 78:4).
Lof aan God - Verkondig Jij je Lof aan Hem? Jouw verering van God wordt bewezen door je verlossing. 1 Petrus 2:9 zegt, "Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht."
Hoe prijs jij God vandaag? Ken jij Hem als je Heer en je Verlosser? Als dat niet zo is, waarom begin je daar dan niet mee? Leer meer over verlossing. Wanneer anderen naar je kijken, zien ze dan een weerspiegeling van God's lof? Psalm 113:3 stelt, "Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, zij geloofd de naam van de HEER."
Soorten lofprijs
| I | Uitbundig en oprecht bedanken. |
De bron van lofprijzen is de Heilige Geest, die jouw geest activeert om God te bevestigen en te erkennen. Die je activeert met woorden, tonen en gebaren je liefde, respect, gevoelens en dank uit te drukken en te laten weten hoe jij de relatie met Hem ervaart. Lofprijs is actie voor ontsteking van je geloof. Het brengt je in Gods tegenwoordigheid. Een rijkdom aan aanwijzingen voor lofprijzen vind je in psalmen:
Psalm 100
1: Een psalm voor het lofoffer (dankoffer / tot eer van God).
Juich de Heer toe, heel de aarde, 2 dien (vereer) de Heer met vreugde,
kom tot hem (voor zijn aangezicht) met gejubel (zang / kreten van vreugde).
3 Erken (besef) het: de Heer alleen is God;
Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de schapen (kudde) die Hij weidt.
4 Kom zijn poorten binnen met een danklied (I) (een lied dat eer bewijst),
hef in zijn voorhoven (het tempelplein) een lofzang (II) aan (breng hem hulde),
loof (III) Hem, prijs (IV) zijn naam (eer hem / breng hem dank):
5 want de Heer is goed, eeuwig duurt zijn liefde (goedertierenheid),
hij is altijd trouw (tot in verre geslachten).
Opw. 278 = Psalm 100
Juicht de Here, gij ganse aarde, dient de Here met vreugde.
Komt voor zijn aangezicht met gejubel. Erkent, dat de Here God is;
Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij.
Gaat met een loflied zijn poorten binnen. Zijn voorhoven met een lofgezang.
Looft Hem, prijst zijn naam.
Grondwoorden
I TOWDAH
Danklied: het offeren van dank en eer in een lied. Een offer = het beste van iets geven. In een danklied gebruik je de beste woorden en mooiste tonen.
Dit grondwoord wordt ook gebruikt in Ps 42:4 Met weemoed denk ik terug aan de tocht naar de tempel, aan de menigte feestgangers, de juichkreten, de dankliederen.
II TEHILLA
Lofzang: zingen over roemrijke daden, vermaardheid. Koorzang; met dansen; met lofgewaden; historisch / verhalend.
Dit grondwoord wordt ook gebruikt in Ps 22:25 Van U komt mijn lof in een grote gemeente, mijn geloften zal ik betalen in de tegenwoordigheid van wie Hem vrezen.
III YADAH
Loven: overgave, erkennen, dankbaarheid tonen, met uitgestrekte handen, gebarend, uitsprekend hoe de relatie is, wie God is. Jezelf overgevend aan God.
Dit grondwoord wordt ook gebruikt in Ps 67:3 Laten alle mensen u eer bewijzen, alle volken u eren (loven).
IV BARAK
Prijzen: zegenen, vereren. Bewonderen, gelukwensen, zeggen hoe goed Hij is en ook knielend.
Dit grondwoord wordt ook gebruikt in Ps 31:21 Geprezen zij de Here, want Hij heeft mij wonderbare goedertierenheid betoond in de gloed der benauwdheid.
V HALAL
Prijzen: roemen; aanbevelen; hoog opgeven van een aspect; opscheppen; ook het grondwoord van halleluja; ook luidruchtig en dwaas, zoals koning David.
Ps 56:4 op God, wiens woord ik prijs. Op God vertrouw ik, ik vrees niet;
VI ZAMAR
Bezingen / omlijsten met muziek van strijkinstrumenten en tokkelen van snaren; uiting geven aan schoonheid, sierlijkheid, sprankeling, in lied, gedicht of symbolische gebaren.
Ps 21:13 Verhef U, o Here, in uw kracht, wij willen uw sterkte met psalmen bezingen.
VII SHABACH
Koesteren; verzachten; verstillen; tot rust komen, maar ook hard en luid roemen.
Ps 63: 3-4 Want uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zullen U roemen. 4 Zo wil ik U prijzen mijn leven lang, in uw naam mijn handen opheffen.
Laudes creaturarum/Loflied van de schepselen (Italiaans)
Franciscus van Assisi (1182-1226), 1226, Italië
Na de strenge winter van het jaar 1225 ging Franciscus' lichamelijke toestand steeds verder achteruit. Verzwakt door allerlei interne kwalen leed hij schier ondraaglijke pijn door een oogziekte die hij tijdens zijn reizen in het Heilige Land had opgelopen en die zijn gezichtsvermogen steeds verder aantastte. In San Damiano legde men hem in een hutje waar het zonlicht door stromatten werd afgeschermd, maar waar het wemelde van de muizen, die hem het slapen onmogelijk maakten. Mede hierdoor raakte hij in een diepe geestelijke crisis.
Toen hij op een nacht de vertwijfeling nabij was, hoorde hij een stem die hem voorhield dat hij zijn ziekte moest beschouwen als de prijs waarmee hij zich van een plaats in de hemel had verzekerd. Als dank voor deze troost dichtte de heilige het ‘Loflied van de schepselen’. Hij droeg zijn broeders op, als ‘speellieden van de Heer’ (ioculatores Domini) met dit lied door de wereld te trekken en als beloning voor het zingen ervan te vragen dat men zich bekeerde. Later heeft hij nog twee strofen (10/11 en 12/13) aan de lofzang toegevoegd. Met de eerste wist hij, zo wordt verhaald, een verzoening tot stand te brengen tussen de bisschop en de wereldlijke overheid; de tweede, waarin hij de dood als zijn zuster verwelkomde, dichtte hij in de laatste dagen van zijn leven. Franciscus stierf op 3 oktober 1226, vierenveertig jaar oud.
| Incipiunt laudes creaturarum, quas fecit beatus Franciscus ad laudem et honorem Dei, cum esset infirmus apud sanctum Damianum. | Hier volgt het loflied van de schepselen dat de Heilige Franciscus tot lof en eer van |
| Altissimu onnipotente bon signore. | Allerhoogste, almachtige, goede Heer, |
| Ad te solo altissimo se konfano | U alleen, die de hoogste bent, komen zij toe, |
| Laudato sie misignore con tucte le tue creature | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, met al uw schepselen, |
| Et ellu e bellu e radiante cun grande splendore | En hij is zo prachtig, zoals hij schittert met lichtende stralen, |
| Laudato si misignore per sora luna e le stelle | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Maan en de sterren, |
| Laudato si misignore per frate vento | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Wind, |
| Laudato si misignore per sor aqua | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Water, |
| Laudato si misgnore per frate focu | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Vuur, |
| Laudato si misignore per sora nostra matre terra | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster Moeder Aarde, |
| Laudato si misignore per quelli ke perdonano per lo tue amore | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door hen die vergeven om uwentwil |
| beati quelli kel sosterrano in pace | Gelukkig zijn zij die dit dragen in vrede, |
| Laudato si misignore per sora nostra morte corporale | Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster de Lichamelijke Dood, |
| guai acquelli ke morrano ne le peccata mortali | Wee degenen die sterven in een toestand van doodzonde; |
| Laudate en benedicete misignore e rengraziate | Laat ieder mijn Heer prijzen en zegenen, |
Het is een verbazend gedicht. Op het eerste gezicht lijkt het volkomen ongekunsteld, een spontane gevoelsuitstorting waarmee de dichter in een reeks lofprijzingen de verbondenheid van alles in de schepping onder woorden wil brengen. Bij nader toezien blijkt er sprake te zijn van een doordachte compositie. Dat het eerste woord van het lied, Altissimu, ‘Allerhoogste’, correspondeert met het laatste humilitate, ‘nederigheid’, is zonder twijfel geen toeval. Voor de afwisseling van de termen ‘broeder’ en ‘zuster’ geldt hetzelfde (de - later toegevoegde - strofe over de dood doorbreekt deze regelmaat). Ook de onmiskenbare verwerking van bijbelse voorbeeldteksten (bijvoorbeeld Psalm 148 en de lofzang van de drie mannen in de vuuroven uit Daniël 3) wijst op zorgvuldige overweging. De uitdrukking la morta secunda, ‘de tweede dood’, verwijst naar een drietal plaatsen uit de Openbaring (2:11, 20:6 en 20:14). Uit de laatste plaats blijkt dat met ‘de tweede dood’ de uiteindelijke vernietiging van de verdoemde zielen na het laatste oordeel bedoeld wordt. De voorstelling dat de Zon en de hemellichamen, vervolgens de vier elementen lucht, water, vuur en aarde, en ten slotte zelfs ook de dood, als schepselen Gods broeders en zusters van de mens zijn, drukt een kerngedachte van Franciscus' geloof op een in poëtisch opzicht volmaakte wijze uit.
In het oudste handschrift wordt het lied met de woorden ‘laudes creaturarum’, ‘lofzang van de schepselen’ aangeduid; elders vindt men de benaming ‘Cantico di frate sole’, dat in het Nederlands meestal met ‘Zonnelied’ wordt weergegeven. De oorspronkelijke tekst vertoont allerlei kenmerken van het Umbrisch, het dialect dat in de omgeving van Assisi werd gesproken. Het lied is ontelbare malen vertaald, waarbij het woord per, dat in het Italiaans zowel ‘voor’ als ‘door’ betekent, steeds voor een lastig probleem zorgde. De eerste regel van strofe 5, Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle, kan zowel vertaald worden met: ‘Geprezen zij U, mijn Heer, voor (of omwille van) zuster maan en de sterren’, maar ook met: ‘Geprezen zij U, mijn Heer, door zuster maan en de sterren’. De bijbelse voorbeelden wijzen in de richting van de opvatting ‘door’: het zijn de schepselen die God moeten prijzen. In het Italiaans klinken beide betekenissen mee; een vertaler moet kiezen voor een van beide. In de navolgende vertaling is, nadat in een eerdere versie ‘om’ de voorkeur had gekregen, ten slotte aarzelend tot ‘door’ besloten. Een citaat uit Helene Nolthenius' Een man uit het dal van Spoleto brengt ons ten slotte weer terug naar de bijna blinde man in zijn hutje: ‘De wind herdacht hij, en de wolken, die hem jaren begeleid hadden als hij, weer of geen weer, barrevoets over moeder aarde liep en hier en daar, bij een beek of een bron, zuster water gedronken had uit zijn hand...’



