dinsdag 28 juli 2009

PATERS REDEMPTORISTEN C.Ss.R.

PATERS REDEMPTORISTEN C.Ss.R.

Shared via AddThis

zaterdag 18 juli 2009

Jezus als Lam Gods

Jezus wordt in het evangelie van vandaag door Johannes de Doper ‘Lam Gods’ genoemd. In iedere eucharistie benoemen wij Jezus als ’Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt’. Het woord ‘wereld’ betekent hier: de gewelddadige machtsontplooiing die het koninkrijk van God tegenhoudt. Het is typisch voor de evangelist Johannes om het woord ‘wereld’ dikwijls in die zin te gebruiken. Johannes loopt niet erg op met ‘de wereld’. Wat in de wereld gebeurt, is inderdaad dikwijls tegengesteld aan het koninkrijk Gods van Jezus. Dat is, in onze wereld vandaag, niet anders.

‘Zie het Lam Gods.’ Het is bij uitstek een bijbelse naam. In het Oude Testament is er het lammetje van de arme, dat opgroeit tussen zijn kinderen. Het eet van zijn bord, het drinkt uit zijn beker, het slaapt in zijn schoot( 2 Samuël 12,3). De profeet Jeremia wenst, ons mensen, de argeloosheid toe van het lam(Jeremia 11,19). En als Jesaja het heeft over volstrekte vrede, laat hij de wolf en het lam samen wonen (Jesaja 11,6). In de joodse traditie is ‘de dienaar Gods’, de profeet, als een lam zonder macht en aanzien: ‘Hij wordt mishandeld, maar ondergaat het gedwee, zonder protest als een lam dat ter slachting geleid wordt’ (Jesaja 53,7). Lam Gods verwijst ook naar het slachten van het paaslam: het grootste joodse ceremonieel, als gedachtenis aan de uittocht uit Egypte. Toen moest iedere familie een lam slachten. Met het bloed van het lam moesten ze de deurposten merken, dan zou de engel van de dood voorbijgaan.

Zo is Jezus het geslachte paaslam, het teken bij uitstek om weg te trekken uit het kwaad en een nieuw leven te beginnen.

Het lam is symbool van zachtheid, onschuld, weerloosheid en volstrekte geweldloosheid. Dat heeft niets te maken met lam-lendigheid (!). Wie achter de leuze staat: ’de zachte krachten zullen het winnen’, weet hoeveel moed dit kost. De beste momenten van het verzet van geweldloze bewegingen zoals Greenpeace, betogers tegen atoombewapening, de monniken van Myanmar, zijn de manier waarop deze betogers, die met geweld worden weggevoerd, reageren. Zwijgend laten ze zich ,soms zeer hardhandig, oppakken. Dit zwijgen is soms veel krachtiger dan welk geweld ook. Het gaat om ‘geweldloze weerbaarheid’.

Zo keek Jezus, niet bibberend van paniek en angst, Pilatus zwijgend in de ogen, nadat Hij hem vrijmoedig en krachtdadig van antwoord had gediend. Zo heeft iemand als Ghandi massa’s Indiërs kunnen overtuigen, door zijn geweldloos optreden, ongehoorzaam te zijn aan de onrechtvaardige Engelse wetten. Ook Maarten Luther King en Nelson Mandela, na twintig jaar gevangenis (!) hebben, zonder geweld, mensen in beweging gebracht voor hun ideaal. Ze hebben de keten van geweld, dat nieuw geweld oproept, doorbroken.

Dat is wat juist niet gebeurt in Gaza, Irak, Pakistan, Afghanistan en op zovele plaatsen in onze wereld, waar men door geweld onmeedogend over-weldigd wordt! Het gaat er telkens om ‘oog om oog, tand om tand!’ Zo geraakt men nooit uit de fatale kringloop van het kwaad, uit het moorddadig wreed geweld van racisme en terrorisme. Deze akelige triomf van geweld is een pure verschrikking en maakt wereldwijd ontelbare onschuldige slachtoffers.

Geweld is niet alleen wapengekletter. Er is ook heel veel verbaal geweld. Woorden kunnen iemand zwartmaken, kleineren of helemaal platslaan. Het gebeurt in relaties, gezinnen, scholen, verenigingen, buurtschap en in de politiek. Iemand die een kwarteeuw meedraaide in de politiek schreef onlangs een scherp artikel over de bikkelharde ‘spinning’ in de politiek. Het achterbakse gedoe van kwaadsprekerij, geroddel, liegen, kwetsen, verdachtmaking, wantrouwen, om de tegenstrever te bezwadderen, te verzwakken of kapot te maken.

Het doet denken aan de fameuze zin: ’Homo homini lupus’( De mens is een wolf voor de ander.), maar ook aan een ander verhaal, over een lammetje en een wolf die samen aan de bergrivier drinken. De wolf ziet plots het lammetje hogerop en stapt er boos op af, roepend: ‘Waarom maak je mijn water vuil?’ Het lammetje zag de ogen en de bek van de wolf. Het liet echter niet zien hoe bang het was. ‘Ik zal zorgen dat het water voortaan schoon blijft,’ zei het tegen de wolf. Maar die liet zijn tanden zien en zei: ’Zes maanden geleden vloekte je vader tegen mij. Je bent even slecht als je vader!’ Zonder trilling in zijn stem zei het lammetje: ’Mijn vader leerde mij respect te tonen voor de wolf, want hij is sterk en beschermt ons die zwak zijn.’ Maar de wolf ging luidkeels te keer en riep: ’Je hebt mijn weiden en akkers kaal gevreten!’ ‘Ik heb alleen het onkruid weggegeten, zodat uw gras beter kan groeien', antwoordde het lammetje. De wolf dreigde nog eenmaal: ’Maak dat je wegkomt’, gromde hij. Het lammetje liep vlug naar zijn moeder. ‘Goed gedaan’, zei ze, ‘jij hebt de wolf een beetje minder wolf gemaakt.’

Geweldloze weerbaarheid maakt de mens anders: minder wolf. Wie Jezus volgt als Lam Gods, maakt de wereld anders. Hij/zij sticht in zijn/haar wereld het Rijk Gods van gerechtigheid, vrede en liefde, de wereld van ‘de zachte krachten’ die het uiteindelijk winnen. In die zin kunnen we bidden:

‘Algoede God…wek mijn zachtheid weer. Geef mij weer de ogen van een kind: dat ik zuiver zie en mij toevertrouw en het licht bemin en vrede ben.’

liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing

Vrucht Van De Geest - Zichtbare Groei in Jezus Christus
"Vrucht van de Geest" is een bijbelse term die de negen zichtbare eigenschappen van een waar Christelijk leven samenvat. Als we de Nieuwe Bijbel Vertaling gebruiken van Galaten 5:22-23, dan zijn deze eigenschappen:
liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. We leren uit de Schriftteksten dat deze niet individuele "vruchten" zijn waaruit we vrijuit kunnen kiezen. In plaats daarvan is de vrucht van de Geest een negenvoudige "vrucht" die iedereen karakteriseert die oprecht door de Heilige Geest wordt geleid. Tezamen zijn deze vruchten wat door alle Christenen in hun nieuwe levens met Jezus Christus zou moeten worden voortgebracht.

Vrucht Van De Geest - De Negen Bijbelse Eigenschappen
De vrucht van de Geest is een fysieke manifestatie van een Christelijk getransformeerd leven. Om volwassen te kunnen worden als gelovigen, zouden we de eigenschappen van de negenvoudige vrucht moeten bestuderen en begrijpen:


Liefde - "Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem" (1 Johannes 4:16). Door Jezus Christus is ons grootste doel om alle dingen liefdevol te doen. "De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan" (1 Korintiërs 13:4-8).

Vreugde - "...de vreugde die de HEER u geeft, is uw kracht" (Nehemia 8:10). "Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God" (Hebreeën 12:2).

Vrede - "Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus" (Romeinen 5:1). "Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest" (Romeinen 15:13).

Geduld (lankmoedigheid) - We hebben "door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen" (Kolossenzen 1:11). "Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde" (Efeziërs 4:2).

Vriendelijkheid (welwillendheid) - We zouden moeten leven "door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid" (2 Korintiërs 6:6-7).

Goedheid - "Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is" (1 Tessalonicenzen 1:2). "Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid" (Efeziërs 5:9).

Geloof (getrouwheid) - "HEER, u bent mijn God. Ik zal u hulde bewijzen, uw naam loven. Want wonderbaarlijk zijn uw daden, u hebt uw beleid sinds mensenheugenis trouw en betrouwbaar uitgevoerd" (Jesaja 25:1). "Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde" (Efeziërs 3:16-17).

Zachtmoedigheid - "Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid" (Galaten 6:1). "Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde" (Efeziërs 4:2).

Zelfbeheersing (matigheid) - "Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen" (2 Petrus 1:5-7).

Vrucht Van De Geest - Een Godsdienstige Oefening voor Alle Christenen
De vrucht van de Geest is een prachtige studie voor Christenen op elk niveau van spirituele volwassenheid. We hopen dat deze website een uitdagende gedachten-oefening en een springplank voor verdere groei biedt.

Het eucharistisch gebed: van het Levende Brood naar het Levende lichaam

Het eucharistisch dankgebed vormt een kernstuk in de viering van de eucharistie. Net als in het geheel van de christelijke liturgie worden hier in taal en tekens de uitwisseling en dialoog uitgedrukt tussen God en zijn Volk, met Jezus Christus als brugfiguur. De bedoeling van het gebed wordt al aangegeven in de uitnodiging die er het vertrekpunt van vormt: "Brengen wij dank aan de Heer, onze God".

De tekst van de verschillende dankgebeden wil uitdrukken waarvoor de kerkgemeenschap God wil danken, en hoe ze dat doet. Meer bepaald komt het paradoxale karakter van de christelijke dankbaarheid aan het licht: wat de kerkgemeenschap heeft ontvangen van God houdt ze niet voor zich, integendeel, ze biedt het Hem opnieuw aan, en ze sluit zich zelf ook aan in de beweging van zelfgave van Jezus Christus.

In de manier waarop het eucharistisch dankgebed wordt gebeden, zou dus voelbaar moeten worden dat de kerk zich hier uitdrukkelijk aansluit bij het gebed van haar grote Herder en Voorganger, Jezus Christus zelf. Samen met de priester-voorganger, die het gebed uitspreekt, sluit de geloofsgemeenschap zich aan bij de dankzegging en de zelfgave van de Verrezen Heer.

Het eucharistisch dankgebed is een eigen literair genre, met een aantal specifieke kenmerken. Het vormt één dynamisch geheel met een logische opeenvolging van verschillende thematieken. Reeds in de oudste teksten vindt men de – heel bijbelse – aaneenschakeling van lofprijzing, dankzegging en smeekgebed. Op het einde monden ze weer uit in lofprijzing en dankzegging (doxologie). Deze grote lijn vindt men in alle dankgebeden terug.

Twee andere spanningslijnen keren ook voortdurend weer: eerst en vooral de lijn van verleden over heden naar de toekomst; anderzijds de overgang van de gedachtenis van de historische Jezus naar de vraag om de actualisering van zijn aanwezigheid in zijn eucharistisch lichaam, en tenslotte de bede dat de vierende gemeenschap mag uitgroeien tot zijn levend "kerkelijk" lichaam. Het is dus belangrijk om in de praktijk deze dynamische eenheid te respecteren en aan het licht te laten komen.

Meer in detail bekeken, vinden we in het eucharistisch dankgebed een opeenvolging van volgende elementen:

* Lofprijzing en dankzegging in de prefatie, die uitmondt in de acclamatie van het Heilig.

* Na het Heilig volgt een eerste gebed om de Geest (epiclese) over de gaven van brood en wijn.

* Het instellingsverhaal.

* De gedachtenis (anamnese) waarin het leven, lijden, sterven en verrijzen van Jezus in het heden worden opgeroepen.

* Het offergebed, waarin de kerkgemeenschap in de gaven van brood en wijn ook zichzelf aan God aanbiedt, in navolging van de gave van Jezus’ eigen leven.

* Een tweede gebed om de Geest (epiclese) over de verzamelde gemeenschap.

* Voorspraakgebeden.

* Afsluitende doxologie die beantwoord wordt met het gemeenschappelijke "Amen".

Op verschillende plaatsen betuigt de gemeenschap haar instemming en betrokkenheid bij het gebed: bij de inleidende dialoog, in de acclamaties (Heilig, acclamatie na consecratie, eventueel ook andere acclamaties), en het Amen.

Enkele woorden van commentaar bij de verschillende elementen:

Het eucharistisch gebed is vooreerst een gebed van dankzegging en lofprijzing (eucharistie!). Dit blijkt vooral uit het eerste deel, de prefatie (vrij vertaald: "uitgesproken voor Gods aanschijn"). Deze lofprijzing mondt uit in een lied waarin de heiligheid van God wordt bezongen (= het "Heilig"). Als er één plaats is waar er door iedereen blij moet gezongen worden is het hier!

Essentieel in het Dankgebed is ook de epiklese, de roep om Gods Geest. Het is tenslotte niet ons gebed op zich, maar Gods Geest die de aanwezigheid van Christus midden in zijn gemeenschap bewerkt, en die de gemeente toelaat om Zijn aanwezigheid te herkennen. De epiklese is tweeledig: eerst wordt er gebeden dat Gods Geest over de gaven van brood en wijn komt; na het instellingsverhaal dat Hij ook de gemeenschap zelf zou bezielen en begeesteren.

De instellingswoorden: literair gezien lijken deze woorden een incoherentie: van de dialoog in het heden (Wij – U) gaat het gebed plots over naar een vertellen in het verleden (Hij). Inhoudelijk is deze breuk echter van groot belang: dit verhaal van de kerkgemeenschap over Jezus ("Wat Jezus heeft gedaan op het Laatste Avondmaal") gaat functioneren als een woord dat de Verrezen Heer tot zijn kerk richt. Het instellingsverhaal doet namelijk beroep op twee citaten van Jezus. Wanneer men iemand citeert, haalt men hem of haar aan als een gezagsvolle getuige. Door de woorden van Jezus aan te halen, toont de kerk dat ze zich aangesproken weet door de opdracht die er in vervat ligt: als we eucharistie vieren doen we dat omdat Jezus het ons gevraagd heeft. In het eucharistisch dankgebed keren de christenen steeds weer terug tot deze "beginopdracht". De instellingswoorden brengen dus steeds weer het essentiële in herinnering: het gebaar waarmee Jezus aan zijn leerlingen zijn liefde tot het uiterste heeft willen uitdrukken, en waarin Hij ons oproept om hetzelfde te doen.

Anamnese of gedachtenis: het volgende deel van het eucharistisch dankgebed is als het ware een ontplooiing of uitwerking van het voorafgaande. Er wordt uitdrukkelijk uitgesproken wat er met Jezus is gebeurd, meerbepaald dat hij voor de mensen geleden heeft, dat hij is gestorven, dat God Hem uit de dood heeft opgewekt. En het gaat daarbij niet louter om het "in herinnering brengen van het verleden". We spreken over wat er met Jezus is gebeurd opdat het ook nu voor ons werkelijk zou worden. We gedenken de doortocht van dood naar leven opdat we die doortocht ook in ons eigen leven zouden kunnen ontdekken en ervaren. Daarom duikt hier ook de gedachte op van de zelfgave: de kerkgemeenschap spreekt haar bereidheid uit om haar Meester te volgen in het breken en delen van zichzelf.

Smeekbeden: na de twee grote "strofen" van lofprijzing en anamnese, loopt het dankgebed uit op een smeekbede. We vragen dat God de weldaden die Hij in het verleden aan Israël en in Jezus heeft getoond, ook vandaag zou voortzetten. Vandaar het gebed voor de kerk en haar leiders: het gebed drukt de verbondenheid uit van de plaatselijke gemeenschap met de hele wereldkerk, en met de gelovigen die ons in de tijd zijn voorgegaan. Daarom worden ook Maria en de apostelen genoemd, en wordt er gebeden voor de overledenen. Tenslotte gaat men vanuit het verleden en het heden over naar de toekomst: het gebed verwoordt de hoop en het vertrouwen dat het Koninkrijk van God, waar we naar uitzien en waarvan we in het vieren van de eucharistie een eerste "voorsmaak" krijgen, eens werkelijk en volledig zal aanbreken: dat God ooit voor alle mensen zijn maaltijd aanricht waar volledig gevierd zal kunnen worden in blijdschap en vrede.

Doxologie: het Grote Dankgebed wordt afgesloten met een korte lofprijzing van God. Zo wordt de cirkel rondgemaakt. Hierbij is ook het gebaar belangrijk. Het omhoog heffen van de gaven laat zien wat eigenlijk de bedoeling was van heel het gebed: aan God aanbieden wat we van Hem als kostbaarste geschenk hebben gekregen.

Amen: als er één "Amen" moet klinken, is het wel hier: heel de gemeenschap bevestigt het gebed dat de voorganger in hun naam heeft uitgesproken.

Tot slot: de band tussen eucharistie en leven

Doorheen het eucharistisch dankgebed wordt ons leven en engagement als christen telkens weer geijkt op het voorbeeld van Jezus zelf, Hij die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven (cf. Mc. 10, 45). Via de gedachtenis van de grote gave die God ons in het leven van Jezus van Nazaret heeft gedaan, en de vraag dat de verrezen Heer door de kracht van Gods Geest nu opnieuw aanwezig mag komen, worden de aanwezigen - door de deelname aan het brood en de wijn, zijn eucharistisch Lichaam - zelf opgebouwd worden tot het zichtbare levende Lichaam van Christus, dat zijn dienstwerk in de wereld vandaag verder zet. Het gebaar van de broodbreking trekt de lijn nog verder en laat zien wat de uiteindelijke bedoeling is van het brood én van het levende Lichaam van Christus: dat het zich laat breken en delen ten bate van de wereld. Daarom is het "Amen" dat we uitspreken bij het ontvangen van de communie dan ook een echte engagementsverklaring: "Ja, ik wil het lichaam van Christus ontvangen, om zelf lichaam van Christus te worden", d.w.z. om te leren doen zoals Jezus heeft gedaan. "Maak ons door dit brood ook sterk, en geef dat wij meer en meer gaan doen wat Gij van ons verwacht" (Groot Dankgebed X).

Hebt uw vijanden lief

Lukas 6, 27-28 en 2 Samuël 16, 5-14
"Maar tot u, die Mij hoort, zeg Ik: hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen."

Zo spreekt Jezus in Lukas 6. Een onmogelijk gebod om in praktijk te brengen. Het wordt daarom ook wel het hoogste Christelijke levensideaal genoemd.

De liefde voor onze naasten en vrienden vinden we heel vanzelfsprekend. Ook warme gevoelens voor de zieke en ellendige mensen en dieren vinden we heel natuurlijk. Maar liefde voor vijanden, daar hebben we moeite mee. Dat is dan ook duidelijk iets, dat niet bij de menselijke natuur hoort, dat komt ergens anders vandaan. We zeggen dan: het komt van Boven, van God en van Jezus, die bad voor Zijn vijanden. Dat is iets, wat ons alleen door God Zelf geleerd kan worden, door de kracht van de Heilige Geest. Liefde voor de vijand heeft men ook wel eens als de Nieuwtestamentische vervulling van de Tora, de Wet en de Profeten, gezien. Alsof het zou staan tegenover het Oudtestamentische "oog om oog, tand om tand". Toch is dit niet juist gedacht. Ook in het Oude Testament komen we immers de liefde voor de vijand tegen. Neem bijvoorbeeld Spreuken 25, 21: "indien degene, die u haat, honger, geef hem brood te eten, en als hij dorstig is, geef hem water te drinken." Ook moeten we bedenken, dat geboden als het "oog om oog en tand om tand" niets te maken heeft met haat voor de vijand, maar eerder met liefde. Het is een sociale maatregel, dat met gelijke maten gemeten moet worden. Niet dat je te veel van de ander terugneemt. Als de vijand je één oog wegneemt, mag jij er geen twee nemen, of misschien wel nog meer: ogen en handen of zo. We moeten niet vergeten, dat in de tijd van het Oude Testament bloedwraak een heel normale zaak was. Daardoor werden hele families en zelfs volksstammen uitgemoord. Dat moest bij het volk van God niet gebeuren! Vandaar dat Mozes zin mensen voorhoudt: "Oog om oog, tand om tand."

Mensen moeten liefdevol met elkaar omgaan, Alleen dit staat er wel in het Oude Testament: "Here, zou ik niet haten, die U haten?" Maar dan gaat het om mensen, die God haten. En dat wordt in het Nieuwe Testament ook nergens tegengesproken. Er staat niet : "hebt de vijanden van God lief", maar " hebt uw vijanden lief". Gods vijanden en onze vijanden mogen dus niet verward worden. Over Gods vijanden hoeven we ons trouwens ook niet druk te maken, Dat kan God alleen wel aan! En wie zal zeggen, welke mensen en machten vijanden van God zijn? Hoe vaak is het in oorlogen niet gezegd, dat God aan onze kant staat? Terwijl later bleek, dat juist het omgekeerde het geval was! Trouwens wie vandaag een vijand van God is, kan morgen wel Zijn vriend zijn. Kijk maar naar een man als Saulus. Vandaag een vijand, morgen een vriend!

God zegt: "Mij komt de wraak toe en de vergelding" ( Deuteronomium 32, 35).

Dat wordt niet alleen gezegd met het oog op Gods eigen vijanden. Maar dat mogen wij ons ook aantrekken! Wij moeten geen wrok koesteren tegen onze vijanden. Integendeel, we moeten de wraak omkeren in liefde. Daarmee wordt niets onnatuurlijks van ons gevraagd. Je hoort wel eens zeggen: "Maar dat kan ik niet! Hoe moet ik hem of haar, die mij zo veel aangedaan heeft, nou liefhebben? Hoe kan God dat nou van mij vragen?" Het is ook zo, dat sommige mensen onuitstaanbaar zijn. Maar dan moeten we wel twee dingen onderscheiden: liefhebben is niet lief vinden. Als we onze vijanden lief zouden moeten vinden, zou dat heel tegennatuurlijk zijn. Maar dat vraagt God ook niet van ons! We hoeven iemand, aan wie wij een hekel hebben, niet lief te vinden. Dat zou ook niet kunnen! Maar we mogen hem wel liefhebben, sterker nog: we moeten hem liefhebben. En we kunnen het ook. Hoe dan? Als we bedenken dat God die ander ook liefheeft net als mij zelf. Dan kunnen we toch niet achterblijven? We moeten allemaal van Gods liefde leven! Ik weet wel, dat kost soms heel wat moeite, maar het heeft God ook heel wat gekost: Zijn eigen geliefde Zoon. Het valt ons niet mee iemand, die ons een hak heeft gezet of iemand die ons altijd maar dwars zit, lief te hebben. Sommige mensen zijn nu eenmaal je "vijanden". Ze liggen altijd dwars. God zegt ook niet, dat het niet zo is. Het is een harde realiteit, dat mensen elkaar soms niet kunnen uitstaan. Blijkbaar is daar niet aan te ontkomen. De ene mens is je sympathieker dan de andere. Toch, zegt God, dat we ze moeten liefhebben, allemaal! Zoals Jezus aan het kruis voor Zijn vijanden bad en hen zegende, zó moeten wij dat ook doen.

En denk nu niet, dat Hij het alleen vraagt aan mensen, die tot een zekere heiligheid en vroomheid gekomen zijn. Zulke mensen bestaan en zijn een voorbeeld voor ons. Toch worden niet alleen zij bedoeld. Jezus heeft het tegen iedereen, ook tegen ons, ieder die Hem maar horen kan. "Maar tot u, die Mij hoort, zeg Ik: hebt uw vijanden lief..."

Hoe zouden we nog het Onze Vader kunnen bidden, als we dat wat Jezus hier van ons vraagt niet deden? "En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren." Liefde komt voort uit vergeving, liefde IS vergeving. Vergeven, niet omdat je die vijand zo lief en aardig vindt, maar omdat Christus hem liefheeft en jij het daarom ook kunt. Je hebt hem lief in Christus. Niet in jezelf, maar in Christus, en dan wordt het ook iets van je zelf.

We zien de voorbeelden in het Oude Testament: Jozef en zijn broers, Esau die Jakob omhelst, David die Saul spaart, de barmhartige Samaritaan. En in onze andere Schriftlezing uit 2 Samuel komen we David tegen, die voor Absalom vlucht. Simeï vervloekt hem dan vanuit de hoogte. Dan willen de metgezellen van David Simeï doden. Maar David verstaat het anders. David zegt: "Laat hem mij maar vervloeken, want de Here heeft tot hem gezegd: vervloek David. Wie zou dan zeggen: waarom hebt gij zo gedaan?"

Ook in de Griekse omgeving van het Oude Testament kende men het gebod van de vijandsliefde. De beroemde Alexander de Grote, die heerste over het gebied, dat van Griekenland tot aan India reikte, had eens een Indische wijze op bezoek. Hij vroeg hem: "Hoe kan een mens tot een God worden?" De wijze antwoordde hem: "Wanneer hij doet wat alleen God kan doen." "En wat is dat dan?" vroeg Alexander hem. De wijze antwoordde: "Wanneer hij zijn vijanden liefheeft, alleen dan!"

Bij de geschiedenis van David en Simeï zien we, hoe we in elke vijand een instrument van de Heer kunnen zien. Dat mogen we ons aantrekken. De mens, aan wie we zo'n hekel hebben, zou wel eens door God op onze weg beschikt kunnen zijn. Daarom moeten we niet zo zeer op onze vijanden zien, maar ons altijd weer afvragen, of zij ons iets te vertellen hebben, wat God zo bepaald heeft. God heeft er een bedoeling mee, misschien om ons te leiden of te kastijden of tot een sterker geloof te brengen. Dat is het eerste wat we moeten bedenken bij dit grote gebod: "Hebt uw vijanden lief!" Zij kunnen instrument zijn in Gods hand. Het tweede, wat hierop direct aansluit, is: vijandschap en haat komen voort uit de vreselijke macht van de zonde. En u weet toch wel, dat de zonde niet alleen in de vijand huist, maar ook in u zelf? Wij zijn geen haar beter dan de ander. Laat ons dat bescheiden maken! Allen hebben we van Gods genade te leven. En als u deze genade van God ontvangt, wees dan dankbaar en heb van daaruit ook medelijden met uw "vijand", die nog niet zo ver is of minder bedeeld in de genade van God. Misschien is die vijand van u door haat verblind, waardoor hij niet meer kan bidden. Doet u 't dan voor hem! Dat is de liefde, die God van ons vraagt. Dank Vader, dank voor die genade, die ik als zondaar niet verdien!

Dan is er nog een derde punt, waarop we moeten letten. Geen vijandschap komt zo maar uit de lucht vallen. We zijn er altijd ook zelf debet aan! Laten we er voor oppassen ons zelf te beklagen, alsof wij het slachtoffer zijn. Nee, we zijn ook veroorzakers van die vijandschap. Het zou wel eens kunnen zijn, dat ons doen en laten anderen prikkelt, zo erg dat ze een hekel aan ons hebben gekregen. Let er toch eens op, hoe uw houding reacties bij anderen teweeg brengt, nare reacties. Als we 't merken, probeer dan zelf uw houding te veranderen! En als u dat niet kunt, ga dan die ander een beetje uit de weg, zodat u die ander niet steeds weer ergert.

Tenslotte nog de vraag: wat is de diepere betekenis van die vijandschap? Hebt uw vijanden lief! Als God alleen maar liefde is, waarom zijn er dan voor mij nog vijanden? Ik zei u daarnet al: misschien heeft God daar wel een bedoeling mee. Probeer daar eens achter te komen! Zoals David deed, toen hij zei: "Misschien zal de Here op mijn ellende letten en mij het goede schenken in plaats van Zijn vervloeking van deze dag." Zou het voor ons ook niet een geloofsbeproeving kunnen betekenen? De vijand houdt ons een spiegel voor, we zien daarin onszelf en merken hoe we Gods genade nodig hebben. Uw bitterste vijand kan u zo tot een zegen zijn, omdat hij het geloof in u versterkt en uw hoogmoed een kopje kleiner maakt. Probeer daar oog voor te krijgen. Laat de vijandschap zo het goede in u uitwerken. Ook de vijandschap, die we soms ervaren in ons eigen lichaam, ziekte en handicap, kan dit uitwerken. Ons lijden kan ons zo tot zegen worden. God gaat met de mens een wonderlijke en onnaspeurbare weg.

God's Liefde

God's Liefde - Johannes 15:13
God's liefde voor ons, Zijn van Hem vervreemde schepping, wordt in het offer dat Hij voor ons gaf levendig afgebeeld. "Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden" (Johannes 15:13 NBV).

Jezus Christus is God's unieke en eeuwige Zoon.1 Hij is de Alfa en Omega,2 de grootse IK BEN,3 de "HEER van de hemelse machten"4 door wie alle dingen werden geschapen5 en in wie alle dingen bestaan.6 Jezus, die aan het hoofd staat van alle dingen,7 maakte Zichzelf op zo'n manier onderdanig dat het menselijke verstand alleen al de gedachte daaraan niet zou kunnen verdragen. Hij kwam naar deze door zonde vervloekte wereld en nam actief deel aan ons erbarmelijk bestaan. Zelfs al bestaan wij uit vlees en bloed, toch deelde Hij ook dit met ons.8 Hij werd een mens en Hij mengde zich onder ons.9 Hij deelde in het lijden dat we over onszelf hadden afgeroepen doordat we Zijn Heilige beginselen afwezen.10 En alsof dat nog niet genoeg zou zijn om ons van Zijn liefde en zijn zorg voor ons te overtuigen gaf Jezus, de onsterfelijke God en de Gever van Leven, Zijn eigen leven aan het kruis in de grootste liefdesdaad die de wereld ooit heeft gekend! Door dit te doen nam Hij onze zonden weg, door deze effectief met Zichzelf aan het kruis te slaan. Dus werd Hij die geen zonde kende Zelf de zonde voor ons11 en proefde Hij die ons allen het leven gaf Zelf de dood voor hen die hiertoe veroordeeld waren.12

God's Liefde - Want God Had de Wereld Zo Lief
Dit is God's liefde! "Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden" (Johannes 3:16-17). Jezus Christus hield zo veel van de wereld dat Hij alles hiervoor opgaf, van Zijn rechten en privileges als de unieke eeuwige Zoon van God, tot zelfs Zijn leven! Als je de liefde van God wil zien, kijk dan op naar het kruis. "En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden" (1 Johannes 4:9-10). "Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer" (Romeinen 6:23).

God's Liefde - Deze is Voor Jou!
God's liefde is aan ons geopenbaard en nu staat Hij voor de deur en klopt Hij aan.13 Het is de verantwoordelijk van elk individu om of een persoonlijke relatie met God na te streven of om Hem anders ronduit af te wijzen. De enige barrière tussen ons en God's liefde is onze vrije wil en Jezus Christus is de deur.14 "Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'" (Johannes 14:6). Verlossing is een gratis geschenk dat gekocht en betaald is met het bloed van Christus. Er bestaat geen andere manier. "…Verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn!" (Galaten 2:21). Je kan God's vergeving niet verdienen door middel van goede daden. Hoe kan het doen van goede daden die je al je hele leven had moeten doen ooit de ontelbare keren dat je gefaald hebt ongedaan maken? God is geen gek. "Ook al was je je kleren met zeep, en met een overvloed aan loog, je schandvlek blijf ik zien – spreekt God, de HEER…"
(Jeremia 2:22).

Een man viel ooit op zijn knieën voor Christus en smeekte: "Als u wilt, kunt u mij rein maken." Jezus kreeg medelijden en antwoordde: "Ik wil het, word rein." (Marcus 1:40-41). Wij kunnen ook op onze knieën vallen en God's enige voorziening voor onze zonden erkennen. Ook wij kunnen dit antwoord krijgen: "Ik wil het, word rein." Christus nam bereidwillig God's rechtvaardige verontwaardiging op Zich zodat wij dat niet hoefden te doen: eenieder die Zijn dood aan het kruis accepteert als betaling voor zijn zonden zal verzoend worden met de God die we hebben beledigd. "Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend...God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden" (2 Korintiërs 5:18-19, 21). Zul jij God's liefde vandaag aanvaarden?

Jesus, I need you.

“Jesus, I need you. I repent for the life I’ve lived apart from you. Thank you for dying on the cross to take the penalty for my sins. I believe you are God’s Son and I now receive you as my Savior and Lord. I commit my life to follow you.”