zaterdag 18 juli 2009

Danken

Dank-u-wel-zeggen moet je blijkbaar leren. Het is ons niet aangeboren om onze medemens te bedanken. Dat merken we aan onze kinderen. Maar we zien het net zogoed onder volwassenen. Volwassenen hebben niet voor niets het spreekwoord 'Stank voor dank' bedacht. Ondankbaarheid is een van de lelijkste eigenschappen van de mens. Zeker de ondankbaarheid naar God toe. Hoe vaak vergeet je de Heer niet te danken voor iets waarom je nota bene eerst gebeden hebt? God vergeet ons nooit, maar wij Hem o zo gemakkelijk. Hij, de bron van al het goede, krijgt voor dat goede vaak zo weinig van ons terug. Alleen al daarom staan wij bij Hem in de schuld. Hoeveel procent van alle mensen die geleefd hebben, zouden dankbare mensen zijn geweest? Eén op de tien? Alleen God weet het. Zou dat misschien de betekenis zijn van de getallen in deze gebeurtenis: negen en één? God weet ook dat de dankbaarheid van alle echt dankbare mensen nog maar een klein begin is van wat we Hem verschuldigd zijn. Wat hebben we ook daarin de Heer Jezus nodig. Wat hebben we Jezus nodig! Wat mogen we God dankbaar zijn voor Hem!


Dankbaar zijn, daarover kunnen we veel leren van de Samaritaan uit
Lucas 17. Het thema van de preek is: Om God te danken moet je bij Jezus zijn

Jezus was vanuit Galilea zijn geboortestreek op weg naar Jeruzalem, het einddoel van zijn reis. Rechtdoor Samaria heen naar het zuiden was de meest directe route, maar Jezus neemt een omweg. Want in Samaria was Hij niet welkom. Samaria liet Jezus links liggen, en dus liet Jezus Samaria rechts liggen en reisde Hij over het grensgebied van beide provincies naar het oosten om dan later aan de overkant van de Jordaan naar het zuiden af te buigen.

Toen Jezus ergens in die grensstreek een dorpje binnenliep, hoorde Hij opeens vanuit de verte een groepje mannen roepen. "He, Jezus, meester, heb medelijden met ons!" Het was telecommunicatie van een groep melaatsen. Omdat ze onrein waren, mochten ze namelijk van de joodse wet niet dichtbij komen. Blijkbaar hadden ze gehoord dat Jezus langskwam en hadden ze hem op staan wachten. Minstens één van hen was een Samaritaan. De rest zal jood zijn geweest. Meestal konden joden en Samaritanen elkaar niet luchten of zien, maar als je allemaal melaats bent, vergeet je dat soort verschillen snel. Dan telt alleen dat je in het zelfde melaatse bootje zit. Dan ben je aangewezen op elkaar. Want voor alle andere gezonde mensen ben je een soort monster geworden. Deze tien mannen verwachtten van niemand hulp meer. Hun situatie was uitzichtloos. Ze wisten dat alleen Jezus hen nog zou kunnen helpen. Want Hij had al eerder melaatsen genezen. Dat hadden ze gehoord.

En daarom riepen ze niet het normale, waarschuwende "Onrein, onrein!", maar "Jezus, meester, help ons." Jezus zag hen aan. En als Jezus je aanziet, dan ben je te feliciteren, want in zijn blik zit altijd liefde en mededogen. Niemand die in nood is, laat hem koud. Ook nu schiet Jezus te hulp. Alleen niet op de manier die je misschien zou verwachten. Jezus had namelijk al laten zien dat Hij er niet vies van was om een melaatse aan te raken (Lucas 5: 12 e.v.). Maar dat doet Hij dit keer niet. Nee, in plaats daarvan roept Hij: "Ga naar de priesters en laat hen naar je kijken." Vreemd! Want daarmee slaat Jezus een stap over.

Naar de priester gaan, doe je toch pas als je genezen bent! Maar Jezus stuurt ze weg terwijl ze nog melaats zijn! Hij lijkt de genezing helemaal te vergeten. Toch hebben de melaatse mannen zoveel vertrouwen in Jezus, dat ze doen wat Hij zegt. Dus gaan ze op weg naar Jeruzalem om zich aan de priesters te laten zien. (Je moet namelijk weten, jongens en meisjes, dat de priester in die tijd ook een soort dokter was; zonder de officiële verklaring van een priester dat je weer helemaal rein was, beter, mocht je namelijk geen stad of dorp binnen, laat staan de tempel.) De tien melaatse mannen gaan dus op weg. En onderweg gebeurt het wonder: met iedere stap die ze zetten voelen ze zich gezonder worden en zien ze hun huid weer helemaal normaal worden. Jezus heeft hen gereinigd! Halleluja! Wat zullen ze blij zijn geweest.


En toen? Wat hebben ze toen gedaan? Hebben ze de reis naar Jeruzalem afgemaakt en hebben ze zich eerst gemeld bij de priesters? Vermoedelijk wel. Wat zullen die priesters vreemd hebben opgekeken. Zouden die het ook echt begrepen hebben dat het loont om Hem te gehoorzamen die onderweg is? Hoogstwaarschijnlijk zijn de mannen dus inderdaad naar de priesters gegaan, want alleen bij hen was het ticket te krijgen dat je weer overal toegang gaf. Niet meteen trouwens. Want je moest eerst een uitgebreide reinigingsceremonie door die 8 dagen duurde. Voor de details verwijs ik u naar
Leviticus 14. Voor één van de tien is het zover niet gekomen. Althans niet meteen.

Die verklaring van de priester kon later ook nog wel. Eén van hen die de vlekken van zijn lichaam zag wegtrekken, maakt een andere keuze dan de negen. In al zijn uitbundigheid, was hij helder genoeg om te beseffen dat hem maar één ding te doen stond: onmiddellijk rechtsomkeer maken, terug naar Jezus. Vermoedelijk heeft hij nog geprobeerd de anderen mee te krijgen. Wat zullen ze tegen hem gezegd hebben? "Ach joh, Jezus zien we later nog wel een keer. Dan bedanken we Hem dan wel." Of: "Je hebt toch gehoord wat die Jezus zei: ga naar de priesters." Of: "Ben je nou helemaal? Ik wil eerst naar Jeruzalem om zo snel mogelijk weer te kunnen gaan en staan waar ik wil." Of: "Laat Jezus nou maar. Die is allang weer verder. Hij heeft het zo druk. Hij is ons al weer vergeten." We weten niet wat ze tegen de ene man hebben gezegd. Het maakt ook niet zoveel uit. Wat wel veel uitmaakt, is dat ze niet zijn meegegaan.

Want als de ene man is teruggekomen, spreekt Jezus zijn diepe teleurstelling uit. "Waar zijn de negen anderen? Vonden zij het niet nodig om bij Mij terug te komen en God de eer te geven?" Let goed op: Jezus zegt niet dat er helemaal geen dankbaarheid was bij de negen anderen. Misschien hebben de negen anderen na hun reiniging zelfs nog wel dankoffers gebracht aan de God van Israël. En misschien hebben ze ook wel gedacht in hun hart: Gaaf van die Jezus, ik ben toch maar mooi genezen. Natuurlijk doorziet Jezus de harten van mensen, ook al zitten ze 50 kilometer verderop. Maar dat is hier niet belangrijk. Jezus gaat af op de feiten.

Hij gaat af op het feit dat er van de tien maar één bij Hem is teruggekomen. En dat die ene nu aan zijn voeten ligt, plat op zijn buik, in een houding van diepe eerbied voor God. Uitbundig God dankend en lovend. En die ene is ook nog een vreemdeling, een buitenlander. Lucas zegt het er met nadruk bij: 'Deze man was nota bene een Samaritaan.' Een Samaritaan, een gehate buitenlander, met ook nog eens een verkeerde theologie. Maar de Heer Jezus heeft geen last van vooroordelen. Ook al had Hij de verlossing allereerst aangeboden aan Zijn volksgenoten, de Israëlieten, uiteindelijk is ieder die in Hem gelooft bij Hem welkom. Alle volken mogen profiteren van zijn werk. Na de Israëlieten eerst de Samaritanen. Jezus laat Israël en ons zien wat echt, reddend geloof is. En gebruikt daarvoor nota bene gehate Samaritanen als voorbeeld.

In de bekende gelijkenis in Lucas 10 het barmhartige levende geloof van de Samaritaan die een halfdode jood van de straat plukt en kosten noch moeiten spaart om hem te helpen. Bij de put van Sichar, in Johannes 4, het dorstige geloof van de Samaritaanse vrouw die snakt naar levend water. En hier het dankbare geloof van deze ex-melaatse.

Wat jammer dat hij de enige is! Jezus is oprecht teleurgesteld. Het was zo goed begonnen. Met alle tien. En ze waren ook best een heel eind gekomen. Het was heel wat als je het op een rijtje zet: Jezus smeken om hulp, Hem geloven en gehoorzamen: op pad gaan naar Jeruzalem; en genezing ontvangen. Dat is best veel. Niet niks. Ja, maar ook niet alles! Want bij genezing hoort ook dankbaarheid. En dan niet de dankbaarheid die niet verder komt dan je hart of niet langer duurt dan een paar seconden. Maar de dankbaarheid die zo diep zit dat die in actie komt en zichtbaar wordt. Het is de dankbaarheid die uit zijn luie stoel komt en de moeite neemt om eerst langs Jezus te gaan en hem te danken, en God te loven en te prijzen. Door Christus, via hem, om hem.

In Jezus' naam. Met die woorden sluiten we ons gebed vaak af. En terecht. Want tot God bidden buiten Jezus om mag niet, kan ook niet, heeft geen enkele zin. Je gebed komt bij God pas aan, als je het aanbiedt in Jezus naam. Anders kun het net zo goed laten. Maar hetzelfde geldt ook voor ons danken. Ook ons danken moet eerst geheiligd worden door zijn volmaakte bemiddeling. Om God te danken moet je bij Jezus zijn. Dankbaarheid telt voor God pas als het christelijke dankbaarheid is, dankbaarheid die door Christus heen wil als de weg, de toegang tot de Vader. Daarom moeten we ook ons dankgebed afsluiten met: in Jezus' naam.

Dat had deze Samaritaan begrepen. Hij had in de gaten: wil ik God danken dan moet ik terug naar Jezus, de man die zo overduidelijk door God gezonden is.Maar dat is niet het enige. Want ons danken moet niet alleen via Jezus gaan, maar ook allereerst om Hem gaan. Ook hier is er geen verschil met bidden. Wat staat er bovenaan jouw gebedslijstje? Wat heb jij het allermeest nodig: gezondheid, concentratie voor school[onderzoeken], het groene signaal voor een megaorder, de nieuwste CD van K3? Of staat Jezus bovenaan jouw lijstje? Zijn liefde en genade, de vrede met God die Hij je geeft? Ik hoop het van harte dat Jezus jouw topprioriteit is. Maar je snapt wel: als Hij bovenaan je gebedslijst staat, moet Hij ook het eerste zijn waarom je God dankt. Is van alle geschenken die God ons geeft, de Heer Jezus niet het allergrootste? Alzo lief had God had God de wereld dat Hij zijn enige Zoon gaf. Een groter cadeau bestaat niet. Ook dat had de Samaritaan door, ook al wist hij nog niks van het kruis. Jezus, de door God gezonden Messias, was het mooiste dat hem ooit overkomen was. Van deze Jezus had hij niet alleen genezing ontvangen, maar het Leven met een hoofdletter.

Daarom helpt de Heer Jezus de Samaritaan ook overeind met de woorden: "Ga naar huis, je geloof heeft je behouden." Het zijn de bekende woorden die de Heer Jezus al vaker had uitgesproken naar hen toe die in Hem meer zagen dan een wonderdokter, ook meer dan een timmerman. In Hem was God zelf onder de mensen verschenen. De Samaritaan had het begrepen. Bij Jezus is meer te krijgen dan genezing van mijn huid en bevrijding uit deze verbanning. Inderdaad. Jezus is gekomen om ons helemaal te behouden, te redden. Hij geneest onze hele persoon, Hij geneest ons leven.

En wel van de vreselijkste ziekte die de wereld ooit gekend heeft, de zonde. Wat verwacht jij van de Heer God? Wat zoek je bij Hem? Wil je Hem gebruiken? Of wil Hem verlijken en dienen? De negen joden wilden graag profiteren van Jezus' ontferming en genezingskracht, maar wilden Hem blijkbaar niet aannemen als de Zoon van God, hun en Verlosser. Zij gebruikten Jezus. Hun genezing had moeten leiden tot aanvaarding en verlijking van Jezus als Messias. Daarin leken de negen op de 5000 die Jezus naliepen om een teken.

Dat kregen ze. Jezus gaf hun te eten. Maar in datgene waar het teken naar verwees, het echte Levensbrood, waren ze niet geïnteresseerd. Tragisch zoals het met hen ging en met die negen. Redding en eeuwig leven was binnen hun bereik geweest, maar hun dankbaarheid ging niet verder dan alleen het lichaam. In hun melaatsheid waren ze dichtbij Jezus gekomen, hadden ze genezing gekregen, maar door hun ondankbaarheid raakten ze verder verwijderd van Jezus dan ooit.

Zie je het? Wil jij christen zijn, omdat je hoopt dat God je dan zo zegent dat alles in je leven van een leien dakje gaat? Bid jij tot hem om een mooi lichaam? Om een knappe vriend, of vriendin? Een mooie auto? Een betere gezondheid? En als je die hebt gekregen, is dan je droomwens vervuld? Ik hoop dat de Geest dan je ogen geneest van die vreemde bijziendheid. Want hoe mooi dat alles is, het is niets vergeleken bij Jezus en wat God ons in Hem schenkt. Al de gaven die God je geeft, moeten je leiden tot Hem die Gods grootste gave is. Hoe kun je al dat kleine aannemen, en tegelijk het grootste negeren? Leer het van de genezen Samaritaan: alleen als je je dankbaarheid tot Jezus richt en Hem erkent als Gods grootste geschenk, zal je geloof je behouden.

Amen.

Gebed - Onze Vader in de hemel.

Wat zijn we blij dat we U mogen kennen. U bent de bron van al het goede in ons leven. U bent dat voor alle mensen. U laat het regenen over goeden en slechten. Dat is algemene goedheid. Maar helaas is er geen algemene dankbaarheid. De mensen stellen U zo vaak teleur, zoals de negen mannen uit de tekst. En dat geldt ook voor ons. Daarom past ons altijd een gebed om vergeving. Ontferm U over ons. Maak ons opmerkzaam op uw goedheid. Geef dat we toch onze zegeningen tellen. En dan allereerst de zegen van het geschenk van Jezus Christus. Dat u ons bekleedt met zijn rechtvaardigheid, dat we Hem mogen dienen als onze , vrij mogen zijn van de slavernij van de zonde en de duivel. Maak ons dankbaar om Jezus allereerst. Geef dat we in onze dankbaarheid ook altijd door Jezus als de poort naar U willen gaan. Heilig ook ons danken door zijn volmaakte werk. Maak ons vervolgens ook dankbaar voor alles wat we met de Heer Jezus van U ontvangen. Want U wilt ons met Hem alle dingen schenken.

Prijzen en Aanbidden - Een Natuurlijk Verlangen

Het prijzen en aanbidden van God lijkt universeel te zijn. Heb jij ooit van een ontdekkingsreiziger gehoord die een nieuwe stam of cultuur ontdekte die niets vereerde? Aanbidding is een natuurlijk instinct en een primaire behoefte voor elk persoon. Een eenvoudige definitie van aanbidding is een grote toewijding aan of het eren van een goddelijk wezen. Neem even de tijd om na denken over waar jij in dit leven het meest aan toegewijd bent en om jezelf af te vragen, "Is dit mijn toewijdig waardig; aanbid ik een goddelijk wezen?"

We aanbidden niet allemaal dezelfde God, maar iedereen aanbidt iets of iemand. Omdat we allemaal aanbidden, zouden we de reden voor dit verlangen nader moeten bekijken. De meest logische conclusie is dat we door een hoger wezen zijn geschapen met het doel om te aanbidden.

De onophoudelijke zoektocht van de mens bestaat uit het vinden van antwoorden op de fundamentele vragen van de menselijke oorsprong, de aard van de mens, en de bestemming van de mens. Er is een boek dat de antwoorden op al deze vragen heeft, waaronder onze vragen over aanbidding. De Bijbel is een wonderbaarlijk en mysterieus boek dat door God gekozen is als de manier om met ons te communiceren.

God is in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament het brandpunt van onze toewijding. In Exodus 20:2-3 zegt God, "Ik ben de HEER, uw God ... Vereer naast mij geen andere goden". In Matteüs 4:10 zegt Jezus, "Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem." Aanbidding is dus niet slechts een natuurlijk instinct, het is een gebod van God.

Prijzen en Aanbidden - Waarom Zouden Wij Dat Doen?

Alleen God is onze toewijding, onze lof en onze aanbidding waardig. Hij is God, onze Schepper, en we worden geboden om Hem te prijzen en te aanbidden. Psalm 96:9 zegt, "Buig u voor de HEER in zijn heilige glorie, huiver, heel de aarde, als hij verschijnt." Psalm 29:2 zegt, "Erken de HEER, de majesteit van zijn naam, buig u voor de HEER in zijn heilige glorie."

A.W. Tozer zei, "Zonder aanbidding zouden we miserabel ronddolen." God wil niet dat we ons miserabel voelen -- Hij heeft een perfect plan voor onze levens. Hij heeft zo veel dingen gedaan om ons te tonen dat Hij van ons houdt, en hij wil dus niet dat we ons miserabel voelen. Hij wil dat we hoop hebben op een toekomst met Hem - Hij wil dat we een eeuwig leven in de hemel met Hem hebben.

Een leven gevuld met lof en aanbidding vervult onze diepste behoeften, en wonderbaarlijk genoeg geeft dit ook God een immense vreugde. Sefanja 3:17 stelt, "De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen."

Prijzen en Aanbidden - Hoe Doen We Dat?

God vertelt ons in Zijn Woord hoe we Hem kunnen prijzen en aanbidden. Johannes 4:23 zegt, "Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden". Om God oprecht te kunnen aanbidden, moeten we weten dat Jezus zei, "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij". Dus, voordat je kan aanbidden op een manier zoals God dat wil, moet je eerst een relatie met Hem hebben opgebouwd door je geloof in Jezus, Zijn Zoon.

De beste manier waarop we God kunnen prijzen en aanbidden is met elke gedachte en met elke daad. Romeinen 12:1-2 stelt, "Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is".


Prijzen en Aanbidden - Liefde uit het Hart

Veel mensen denken dat lofprijzing en aanbidding alleen bestaan uit het zingen van liedjes in de kerk, maar het is zo veel meer! Het is ook een toestand van je hart -- een bereidheid om God te verheffen en je aan Zijn wil over te geven. Aanbidding is een expressie van liefde en ontzag voor de God die ons meer geeft dan we verdienen. Of je je aanbidding nu uitdrukt door middel van zingen, muziek maken, dansen of op een andere manier, vergeet niet dat je er toe geroepen bent om God met elke handeling te aanbidden, elke dag van je leven. God is heilig, liefhebbend, en onze aanbidding en toewijding waardig.

"Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten."
(Deuteronomium 6:5)

Amen.

De dank op de eerste plaats!

Bij het begin van dit jaar heb ik mij vast voorgenomen om de dank in het middelpunt van mijn geloofsleven te plaatsen. Is het niet zo, dat de dank hier en daar een beetje tekort komt? We leven in een tijd die ons helemaal opeist, een tijd, die geheel en al vervuld is van alle mogelijke dingen. Dan moet de dank "het loodje leggen". Desondanks willen wij toch dankbare kinderen van God zijn.

Mischien kan ik u deze vraag stellen: "Heeft God nog dank van ons tegoed?" Als dat het geval is, dan moeten wij onszelf opnieuw een impuls van dankbaarheid tegenover God geven. Die moet dan niet weggestopt worden, maar juist naar voren geschoven worden.

Moge dat ons denken en handelen bepalen: de dank op de eerste plaats zetten!

In het oude Testament las ik een mooie geschiedenis, die niet erg bekend is, maar ons veel te zeggen heeft. Gods volk werd weer eens bestreden door vijanden van buitenaf. De Ammonieten, de Moabieten en hun bondgenoten bedreigden de joden. In die tijd regeerde koning Josafat in Jeruzalem, die er moeite voor deed om aan Gods wil te doen. Deze koning ontwikkelde een merkwaardige oorlogsstrategie: hij wees zangers aan, die, gekleed in heilige gewaden lofliederen voor de zongen en vóór de bewapende legermacht uitliepen en spraken: "Loof de , eeuwig duurt Zijn trouw." De zangers moesten dus vóór de strijd lof- en dankliederen zingen. De zorgde voor een hinderlaag en uiteindelijk bestreden de vijanden van de joden elkaar zelf. Niet de krijgskunst van Juda was van doorslaggevende betekenis, maar het koor dat met loven en danken voor het leger uit marcde (vgl. 2 Kronieken 20).

Er ligt een bijzonder inzicht in deze geschiedenis opgesloten: wij moeten de dank voorop stellen, niet achteraan. In de eerste plaats, bij al onze plannen - bij alles wat we doen. Dat betekent, dat we eerst dankbaar zullen zijn. Wij wachten niet eerst af hoe alles zich ontwikkelt om dan misschien achteraf - als het goed uitpakt - dankbaarheid te tonen. Dat is wat menselijkerwijs gesproken te verwachten zou zijn. Maar Gods kinderen, die de waarde van Gods zegeningen kennen en hun vertrouwen op de stellen, stellen de dank op de eerste plaats. Zou de lieve God het vandaag niet net zo kunnen doen als destijds bij koning Josafat? Wanneer men begint met loven en danken, dan zal de voor de nodige hulp zorgen. Hoe die hulp er ook uitziet: de schept een mogelijkheid dat wij geholpen worden, zodat alles wat de doortocht belemmerd, moet wijken.

Maar loven en danken heeft ook nog andere gevolgen dan alleen de hulp van God. Het veroorzaakt een bijzondere verhouding tot de , opent de deur ten zegen en geeft bovendien een blij gevoel in de ziel.

Het loven en danken moeten we ook een beetje meer naar buiten uit laten blijken. Kunnen wij ons voorstellen dat we Hem altijd alleen maar in het verborgene, in de binnenkamer, met gesloten jaloezieën zouden loven? Er staat in de Heilige Schrift, dat de jongeren van Jezus God met vreugde en met luide stemmen loofden over alle daden van de (zie Lukas 19:37). Dat wil niet zeggen dat wij op de markt moeten gaan staan en in alle openbaarheid over ons geloof moeten gaan staan praten. Nee, maar we hebben toch gelegenheden genoeg om in de kring waarin we ons bevinden, eens Gods lof te uiten? Wanneer we heel bewust met dergelijke gedachten in onze ziel bezig zijn, blijken daar altijd wel mogelijkheden voor te zijn. Laten we dat van harte doen en bovenal de dank op de eerste plaats stellen.

God danken

De zalige Jozefmaria schrijft in punt 268 van De Weg: “Maak er een gewoonte van, gedurende de dag je hart dikwijls in dankbaarheid tot God te verheffen. — Omdat Hij je dit of dat geeft. — Omdat men je geminacht heeft. — Omdat je niet hebt wat je nodig hebt, of omdat je het wel hebt. Omdat Hij zijn Moeder, die ook jouw Moeder is, zo mooi maakte. — Omdat Hij de zon geschapen heeft en de maan en dat dier en die plant daar. — Omdat Hij die mens zo welsprekend heeft gemaakt en jou stroef van taal... Dank Hem voor alles, want alles is goed.”


Wees Jezus heel dankbaar, want door Hem en met Hem en in Hem, kun je je kind van God noemen. Als u aan de omstandigheden denkt, die uw beslissing om helemaal uit het geloof te leven mede hebben bepaald, dan denk ik dat u, evenals ik, de innig dankt. U bent er immers diep van overtuigd, zonder valse nederigheid, dat u daarbij niet kunt steunen op enige verdienste uwerzijds.


Probeer Jezus in de Eucharistie ook te bedanken met lofzangen tot Onze Lieve Vrouw, de allerzuiverste Maagd, de Onbevlekte Ontvangenis, die de ter wereld bracht! En durf, met de stoutmoedigheid van een kind, tegen Jezus te zeggen: Lieve Jezus, gezegend zij de Moeder die U ter wereld bracht! Ik verzeker je dat Hij dit graag wil horen en dat Hij nóg meer liefde in je ziel zal leggen.

Bij de dankzegging na de communie is het eerste dat onwillekeurig over je lippen komt, een verzoek...: Jezus, geef me dit; Jezus, die ziel; Jezus, dat werk. Maak je niet bezorgd en doe jezelf geen geweld aan; kijk eens naar die goede vader en dat onbevangen, vrijmoedige kind: de kleine steekt zijn handjes in de zakken van zijn vader, op zoek naar snoepjes, nog voordat hij zijn vader ter verwelkoming een kus gegeven heeft. — Nou dan...


Dank God dat je gelukkig bent, met een diepe blijdschap, die zich niet luidruchtig hoeft te uiten. Dank U, Jezus, omdat U volmaakt Mens hebt willen worden, met een Hart dat bemint en allerbeminnelijkst is, dat liefheeft tot de dood toe en dat lijdt; dat wordt vervuld van vreugde en verdriet; dat enthousiast wordt over de wegen van de mensen en ons de weg laat zien die naar de hemel voert; dat zich heldhaftig aan de plicht onderwerpt en zich door barmhartigheid laat leiden; dat waakt over arm en rijk; dat zorgt voor zondaars en rechtvaardigen Dank U, mijn Jezus, en geef ons een hart dat gevormd is naar het Uwe! Maak er een gewoonte van de engelbewaarders bij voorbaat te bedanken… om ze zo nog meer aan je te verplichten.

Ik dank U, , want als U bekoringen toelaat, geeft U ons ook het licht en de kracht van uw genade om te kunnen overwinnen. Ik dank U, , dat Gij bekoringen toelaat, opdat wij nederig zijn! Ieder schepsel, de hele schepping, letterlijk iedere gebeurtenis in je leven, moet je een stap dichter bij God brengen. Het moet je helpen Hem te leren kennen, te beminnen, te bedanken en ervoor te zorgen dat alle mensen Hem leren kennen en van Hem gaan houden.

Als je ergens hard door getroffen wordt, als je een Kruis te dragen krijgt, moet je daar niet over inzitten, maar de juist met een opgewekt gezicht bedanken.
! — zo verzekerde je Hem — ik zou altijd en tegenover iedereen dankbaar willen zijn. Luister eens, je bent geen steen, geen boom, geen muildier…, je behoort niet tot het deel van de schepping dat zijn doel hier beneden vervult. Daarom heeft de jou tot zijn zoon of dochter willen maken… en Hij houdt van jou in caritate perpetua, met eeuwige liefde. Jij wilt graag dankbaar zijn? En zou je daarbij een uitzondering maken voor de ? Elke dag zou er een stormachtig dankgebed uit je ziel moeten opstijgen!

Christenen loven God. Wij prijzen God wegens wie Hij is, en wat Hij voor ons heeft gedaan. Wij prijzen God omdat Hij groot en machtig is. "Want de HEER is groot en zeer te prijzen" (Psalm 96:4). "Verhef U, o HEER, in uw kracht, wij willen uw sterkte met psalmen bezingen" (Psalm 21:14).

"Toen prees David de HEER ten aanschouwen van de gehele gemeente, en David zeide: Geprezen zijt Gij, HEER, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o HEER, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o HEER, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven" (1 Kronieken 29:10,11). "Thans loven wij U, o onze God, en prijzen wij uw heerlijke naam" (1 Kronieken 29:13).

"Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U nederbuigen, o Heer, en uw naam eren; want Gij zijt groot en doet wonderen, Gij, o God, alleen. Leer mij, HEER, uw weg, opdat ik in uw waarheid wandele; verenig mijn hart om uw naam te vrezen. Ik zal U loven, Heer, mijn God, met mijn ganse hart, en uw naam eren voor altoos" (Psalm 86:9 t/m 12).

"Ik zal U verhogen, mijn God, Gij Koning, ik zal uw naam prijzen voor altoos en immer; te allen dage zal ik U prijzen, uw naam loven voor altoos en immer. De HEER is groot en zeer te prijzen, zijn grootheid is ondoorgrondelijk" (Psalm 145:1 t/m 3). "Al uw werken zullen U loven, HEER, uw gunstgenoten zullen U prijzen; zij zullen van de heerlijkheid van uw koningschap spreken en van uw mogendheid gewagen, om de mensenkinderen zijn machtige daden te verkondigen en de luisterrijke heerlijkheid van zijn koningschap. Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, uw heerschappij is over alle geslachten" (Psalm 145:10 t/m 13).

Wij vereren God omdat Hij rechtvaardig is: "En mijn tong zal van uw gerechtigheid gewagen, van uw lof de ganse dag" (Psalm 35:28). "Ik zal de HEER loven naar zijn gerechtigheid, en de naam des Heren, des Allerhoogsten, psalmzingen" (Psalm 7:18).

Wij loven God omdat Hij trouw en waarachtig is: "O HEER, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, uw naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in waarheid en trouw volvoerd" (Jesaja 25:1).

Wij prijzen God om Zijn barmhartigheid: "Looft de HEER, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (2 Kronieken 20:21). "Halleluja. Looft de HEER, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (Psalm 106:1). "Looft de HEER, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën; want zijn goedertierenheid is machtig over ons, en des HEERN trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja" (Psalm 117:1,2).

"Juicht de HEER, gij ganse aarde, dient de HEER met vreugde, komt voor zijn aangezicht met gejubel. Erkent, dat de HEER God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt. Gaat met een loflied zijn poorten binnen, zijn voorhoven met lofgezang, looft Hem, prijst zijn naam; want de HEER is goed, zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid, en zijn trouw tot in verre geslachten" (Psalm 100:1 t/m 5).

"Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen. Looft de HEER, want Hij is goed, ja, zijn goedertienenheid is tot in eeuwigheid" (Psalm 118:28,29).

Wij loven God omdat Hij ons redt. "De HEER is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God mijns vaders, Hem prijs ik" (Exodus 15:2). "De HEER leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (2 Samuël 22:47). "Zingt de HEER, gij ganse aarde, boodschapt zijn heil van dag tot dag. Vertelt onder de volken zijn heerlijkheid, onder alle natiën zijn wonderen. Want de HEER is groot en zeer te prijzen" (1 Kronieken 16:23 t/m 25). "De HEER leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (Psalm 18:47). Amen.

Geen opmerkingen: